وَالَّذٖینَ اِذَا فَعَلُوا فَاحِشَةً اَوْ ظَلَمُٓوا اَنْفُسَهُمْ ذَكَرُوا اللّٰهَ فَاسْتَغْفَرُوا لِذُنُوبِهِمْࣕ وَمَنْ یَغْفِرُ الذُّنُوبَ اِلَّا اللّٰهُࣕ وَلَمْ یُصِرُّوا عَلٰى مَا فَعَلُوا وَهُمْ یَعْلَمُونَ
Waallatheena itha faAAaloo fahishatan aw thalamoo anfusahum thakaroo Allaha faistaghfaroo lithunoobihim waman yaghfiru alththunooba illa Allahu walam yusirroo AAala ma faAAaloo wahum yaAAlamoona
Vertalingen
En degenen die, als zij een zedeloosheid begaan hebben, of zichzelf onrecht aangedaan hebben, daarna Allah gedenken en dan vergeving voor hun zonden vragen, en niemand vergeeft de zonden behalve Allah En zij volharden niet in wat zij deden, terwijl zij (het) weten
Sofian S. Siregar
en die, wanneer zij iets gruwelijks doen of zichzelf onrecht aandoen, God gedenken en dan om vergeving voor hun zonden vragen -- en wie behalve God vergeeft de zonden? -- en niet volharden in wat zij willens en wetens deden
Fred Leemhuis