اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 136

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:136

اُو𐻾لٰٓئِكَ جَزَٓاؤُ𐻾هُمْ مَغْفِرَةٌ مِنْ رَبِّهِمْ وَجَنَّاتٌ تَجْرٖی مِنْ تَحْتِهَا الْاَنْهَارُ خَالِدٖینَ فٖیهَاؕ وَنِعْمَ اَجْرُ الْعَامِلٖینَؕ

Olaika jazaohum maghfiratun min rabbihim wajannatun tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha waniAAma ajru alAAamileena

Vertalingen

Zij zijn degenen wiens beloning vergeving van hun Heer is, en Tuinen (het Paradijs) waar onder door de rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden en (het is) de beste deloning voor hen die (goed) doen

Sofian S. Siregar

Zij zijn het wier beloning de vergeving van hun Heer is en tuinen waar de rivieren onderdoor stromen. Zij zullen daarin altijd zijn. Dat is pas een goed loon voor hen die [goed] doen

Fred Leemhuis