اٰلِ عِمْرٰنَ

Soera Ali 'Imran, vers 198

De Familie van Imraan · Medinaans · 200 verzen

3:198

لٰكِنِ الَّذٖینَ اتَّقَوْا رَبَّهُمْ لَهُمْ جَنَّاتٌ تَجْرٖی مِنْ تَحْتِهَا الْاَنْهَارُ خَالِدٖینَ فٖیهَا نُزُلًا مِنْ عِنْدِ اللّٰهِؕ وَمَا عِنْدَ اللّٰهِ خَیْرٌ لِلْاَبْرَارِ

Lakini allatheena ittaqaw rabbahum lahum jannatun tajree min tahtiha alanharu khalideena feeha nuzulan min AAindi Allahi wama AAinda Allahi khayrun lilabrari

Vertalingen

Maar degenen die hun Heer vrezen, voor hen zijn er de Tuinen (het Paradijs) waar onder door de rivieren stromen, zij zijn daarin eeuwig levenden, een ontvangst can Allah. En dat wat van Allah komt is beter voor de vromen

Sofian S. Siregar

Maar zij die hun Heer vrezen, voor hen zijn er tuinen waar de rivieren onderdoor stromen; zij zullen daarin altijd blijven: een gastverblijf van God. Wat bij God is, is het beste voor de vromen

Fred Leemhuis