30. Ar-Rum

الرُّومِ

وَعْدَ اللّٰهِؕ لَا یُخْلِفُ اللّٰهُ وَعْدَهُ وَلٰكِنَّ اَكْثَرَ النَّاسِ لَا یَعْلَمُونَ

Als een belofte van Allah. Allah breekt Zijn belofte niet, maar de meeste mensen weten het niet

Siregar

یَعْلَمُونَ ظَاهِرًا مِنَ الْحَیٰوةِ الدُّنْیَاۚ وَهُمْ عَنِ الْاٰخِرَةِ هُمْ غَافِلُونَ

Zij kennen het uiterlijke van het wereldse leven, terwijl zij met betrekking tot het Hiernamaals onachtzamen zijn

Siregar

اَوَلَمْ یَتَفَكَّرُوا فٖٓی اَنْفُسِهِمْࣞ مَا خَلَقَ اللّٰهُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضَ وَمَا بَیْنَهُمَٓا اِلَّا بِالْحَقِّ وَاَجَلٍ مُسَمًّىؕ وَاِنَّ كَثٖیرًا مِنَ النَّاسِ بِلِقَٓائِ𐻾 رَبِّهِمْ لَكَافِرُونَ

En denken zij niet na over zichzelf? Allah heet de hemelen en de aarde en wat daartussen is, niet geschapen dan in Waarheid en voor een vastgestelde termijn. En voorwaar, de meeste mensen geloven zeker niet in de ontmoeting met hun Heer

Siregar

اَوَلَمْ یَسٖیرُوا فِی الْاَرْضِ فَیَنْظُرُوا كَیْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْؕ كَانُٓوا اَشَدَّ مِنْهُمْ قُوَّةً وَاَثَارُوا الْاَرْضَ وَعَمَرُوهَٓا اَكْثَرَ مِمَّا عَمَرُوهَا وَجَٓاءَتْهُمْ رُسُلُهُمْ بِالْبَیِّنَاتِؕ فَمَا كَانَ اللّٰهُ لِیَظْلِمَهُمْ وَلٰكِنْ كَانُٓوا اَنْفُسَهُمْ یَظْلِمُونَؕ

En reizen zij (ongelovigen) niet op de aarde, zodat zij zien hoe het einde was van degenen vóór hen? Zij waren sterker in kracht dan zij. En zij bewerkten de aarde en zij bebouwden haar meer dan zij (de ongelovigen) haar bebouwden. En hun Boodschappers waren tot hen gekomen met de duidelijke bewijzen. Het was Allah niet die hun onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan

Siregar

ثُمَّ كَانَ عَاقِبَةَ الَّذٖینَ اَسَٓاؤُا السُّٓوآٰى اَنْ كَذَّبُوا بِاٰیَاتِ اللّٰهِ وَكَانُوا بِهَا یَسْتَهْزِؤُ𐻿نَࣖ

Daarna was de ergste bestraffing het einde van degenen die slechte werken verrichtten, omdat zij de Verzen van Allah loochenden en zij er de spot mee plachten te drijven

Siregar

اَللّٰهُ یَبْدَؤُا الْخَلْقَ ثُمَّ یُعٖیدُهُ ثُمَّ اِلَیْهِ تُرْجَعُونَ

Allah schept de schepping, daarop wekt Hij haar op en tenslotte worden jullie tot Hem terruggekeerd

Siregar

وَیَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ یُبْلِسُ الْمُجْرِمُونَ

En op de Dag waarop het Uur valt wanhopen de zondaren

Siregar

وَلَمْ یَكُنْ لَهُمْ مِنْ شُرَكَٓائِهِمْ شُفَعٰٓؤُ𐻾ا وَكَانُوا بِشُرَكَٓائِهِمْ كَافِرٖینَ

Er is voor hen onder hun afgoden geen voorspreker en zij zullen hun afgoden ontkennen

Siregar

وَیَوْمَ تَقُومُ السَّاعَةُ یَوْمَئِذٍ یَتَفَرَّقُونَ

Op de Dag waarop het Uur valt, op die Dag zullen zij gegroepeerd worden

Siregar

فَاَمَّا الَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فَهُمْ فٖی رَوْضَةٍ یُحْبَرُونَ

Wat degenen die geloven en goede daden verrichten betreft: zij zullen in een hof worden verblijd

Siregar

0:00
0:00