الرُّومِ

Soera Ar-Rum, vers 28

De Romeinen · Mekkaans · 60 verzen

30:28

ضَرَبَ لَكُمْ مَثَلًا مِنْ اَنْفُسِكُمْؕ هَلْ لَكُمْ مِنْ مَا مَلَكَتْ اَیْمَانُكُمْ مِنْ شُرَكَٓاءَ فٖی مَا رَزَقْنَاكُمْ فَاَنْتُمْ فٖیهِ سَوَٓاءٌ تَخَافُونَهُمْ كَخٖیفَتِكُمْ اَنْفُسَكُمْؕ كَذٰلِكَ نُفَصِّلُ الْاٰیَاتِ لِقَوْمٍ یَعْقِلُونَ

Daraba lakum mathalan min anfusikum hal lakum mi mma malakat aymanukum min shurakaa fee ma razaqnakum faantum feehi sawaon takhafoonahum kakheefatikum anfusakum kathalika nufassilu alayati liqawmin yaAAqiloona

Vertalingen

Hij geeft jullie een vergelijking met julliezelf. Zijn er voor jullie die over slaven beschikken deelgenoten in de voorzieningen die Wij jullie hebben geschonken, zodat jullie daarin gelijk zijn? En vrezen jullie hen zoals jullie elkaar vrezen? Zo leggen Wij de Tekenen uit aan een volk dat begrijpt

Sofian S. Siregar

Hij maakt voor jullie voorbeelden uit jullie eigen midden. Hebben jullie dan onder de slaven waarover jullie beschikken deelgenoten in de levensbehoeften waarmee Wij jullie hebben voorzien zodat jullie daarin gelijk zijn? Zijn jullie bang voor hen zoals jullie bang voor jullie zelf zijn? Zo zetten Wij de tekenen uiteen voor mensen die verstandig zijn

Fred Leemhuis