الرُّومِ

Soera Ar-Rum, vers 38

De Romeinen · Mekkaans · 60 verzen

30:38

فَاٰتِ ذَا الْقُرْبٰى حَقَّهُ وَالْمِسْكٖینَ وَابْنَ السَّبٖیلِؕ ذٰلِكَ خَیْرٌ لِلَّذٖینَ یُرٖیدُونَ وَجْهَ اللّٰهِؗ وَاُو𐻾لٰٓئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ

Faati tha alqurba haqqahu waalmiskeena waibna alssabeeli thalika khayrun lillatheena yureedoona wajha Allahi waolaika humu almuflihoona

Vertalingen

Geeft dan de verwant zijn recht, en de behoeftige en de reiziger (zonder proviand). Dat is beter voor degenen die het welbehagen van Allah wensen. En zij zijn degenen die de welslagenden zijn

Sofian S. Siregar

Geef dus de verwant wat hem toekomt en ook de behoeftige en wie onderweg is. Dat is beter voor hen die het aangezicht van God zoeken en zij zijn het die het welgaat

Fred Leemhuis