وَمَٓا اٰتَیْتُمْ مِنْ رِبًا لِیَرْبُوَ𐻾ا فٖٓی اَمْوَالِ النَّاسِ فَلَا یَرْبُوا عِنْدَ اللّٰهِۚ وَمَٓا اٰتَیْتُمْ مِنْ زَكٰوةٍ تُرٖیدُونَ وَجْهَ اللّٰهِ فَاُو𐻾لٰٓئِكَ هُمُ الْمُضْعِفُونَ
Wama ataytum min riban liyarbuwa fee amwali alnnasi fala yarboo AAinda Allahi wama ataytum min zakatin tureedoona wajha Allahi faolaika humu almudAAifoona
Vertalingen
Wat jullie van eigendommen van de mensen gegevon hebben als rente om te vermeerderen: het vermeerdert niets bij Allah. Maar wat jullie aan zakât hebben gegeven, het welbehagen van Allah wensend: zij zijn degenen voor wie (hun beloningen) verveelvuldigd worden
Sofian S. Siregar
En de [lening op] woeker, die jullie geven om het ten koste van de bezittingen van de mensen te laten groeien, groeit bij God niet. Maar de zakaat die jullie geven terwijl jullie Gods aangezicht zoeken? zij zijn het die het laten verveelvoudigen
Fred Leemhuis