33. Al-Ahzab

الْاَحْزَابِ

وَاِذْ اَخَذْنَا مِنَ النَّبِیّٖنَ مٖیثَاقَهُمْ وَمِنْكَ وَمِنْ نُوحٍ وَاِبْرٰهٖیمَ وَمُوسٰى وَعٖیسَى ابْنِ مَرْیَمَࣕ وَاَخَذْنَا مِنْهُمْ مٖیثَاقًا غَلٖیظًاۙ

En (gedenk) toen Wij met de Profeten hun verbond aangingen en met jou (O Moehammad), en met Nôeh en lbrâhîm en Môesa en ' îsa, de zoon van Maryam. En Wij gingen met hen een plechtig verbond aan

Siregar

لِیَسْـَٔلَ الصَّادِقٖینَ عَنْ صِدْقِهِمْۚ وَاَعَدَّ لِلْكَافِرٖینَ عَذَابًا اَلٖیمًاࣖ

Opdat Hij de waarachtigen over hun waarachtigheid zal ondervragen. En Hij heeft voor de ongelovigen een pijnlijke bestraffing voorbereid

Siregar

یَٓا اَیُّهَا الَّذٖینَ اٰمَنُوا اذْكُرُوا نِعْمَةَ اللّٰهِ عَلَیْكُمْ اِذْ جَٓاءَتْكُمْ جُنُودٌ فَاَرْسَلْنَا عَلَیْهِمْ رٖیحًا وَجُنُودًا لَمْ تَرَوْهَاؕ وَكَانَ اللّٰهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصٖیرًاۚ

Ojullie die geloven, gedenkt de genade van Allah aan jullie, toen een leger tot jullie was geko men. Wij zonden toen een (verwoestende) wind tegen hen en een leger (van Engelen) dat jullie niet zagen. En Allah is Alziende over wat jullie doen

Siregar

اِذْ جَٓاؤُ𐻿كُمْ مِنْ فَوْقِكُمْ وَمِنْ اَسْفَلَ مِنْكُمْ وَاِذْ زَاغَتِ الْاَبْصَارُ وَبَلَغَتِ الْقُلُوبُ الْحَنَاجِرَ وَتَظُنُّونَ بِاللّٰهِ الظُّنُونَا

Toen zij tot jullie kwamen, van boven jullie en van onder jullie en toen de ogen zich afwendden en de harten in de kelen schoten, en jullie (het slechte) over Allah veronderstelden

Siregar

هُنَالِكَ ابْتُلِیَ الْمُؤْمِنُونَ وَزُلْزِلُوا زِلْزَالًا شَدٖیدًا

Daar werden de gelovigen beproefd en hevig geschokt

Siregar

وَاِذْ یَقُولُ الْمُنَافِقُونَ وَالَّذٖینَ فٖی قُلُوبِهِمْ مَرَضٌ مَا وَعَدَنَا اللّٰهُ وَرَسُولُهُٓ اِلَّا غُرُورًا

En (gedenk) toen de huichelaars en degenen, in wier harten een ziekte is, zeiden: "Allah en Zijn Boodschapper hebben ons slechts een misleidende belofte gedaan

Siregar

وَاِذْ قَالَتْ طَٓائِفَةٌ مِنْهُمْ یَٓا اَهْلَ یَثْرِبَ لَا مُقَامَ لَكُمْ فَارْجِعُواۚ وَیَسْتَاْذِنُ فَرٖیقٌ مِنْهُمُ النَّبِیَّ یَقُولُونَ اِنَّ بُیُوتَنَا عَوْرَةٌ وَمَا هِیَ بِعَوْرَةٍؕ اِنْ یُرٖیدُونَ اِلَّا فِرَارًا

En (gedenk) toen een groep van hen zei: "O bewoners van Yatsrib (Medinah), er is geen plaats voor jullie. gaat daarom terug." En een groep onder hen vroeg (de Profeet) ontheffing, zeggend: "Voorwaar, onze huizen zijn onbeschermd," terwijl deze niet onbeschermd waren, zij wilden alleen maar vluchten

Siregar

وَلَوْ دُخِلَتْ عَلَیْهِمْ مِنْ اَقْطَارِهَا ثُمَّ سُئِلُوا الْفِتْنَةَ لَاٰتَوْهَا وَمَا تَلَبَّثُوا بِهَٓا اِلَّا یَسٖیرًا

En als (Medinah) langs alle kanten binnengevallen zou worden, en zij gevraagd zouden worden de beproeving (te doorstaan), dan zouden zij zeker ingestemd hebben, en zij zouden slechts even hebben geaarzeld

Siregar

وَلَقَدْ كَانُوا عَاهَدُوا اللّٰهَ مِنْ قَبْلُ لَا یُوَلُّونَ الْاَدْبَارَؕ وَكَانَ عَهْدُ اللّٰهِ مَسْؤُ𐻿لًا

En voorzeker. zij hadden Allah daarvôôr een belofte gedaan: dat zij niet de rug zouden toekeren. En over de belofte aan Allah zal ondervraagd worden

Siregar

0:00
0:00