سَبَأٍ

Soera Saba, vers 19

De Stad Sheba · Mekkaans · 54 verzen

34:19

فَقَالُوا رَبَّنَا بَاعِدْ بَیْنَ اَسْفَارِنَا وَظَلَمُٓوا اَنْفُسَهُمْ فَجَعَلْنَاهُمْ اَحَادٖیثَ وَمَزَّقْنَاهُمْ كُلَّ مُمَزَّقٍؕ اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَاتٍ لِكُلِّ صَبَّارٍ شَكُورٍ

Faqaloo rabbana baAAid bayna asfarina wathalamoo anfusahum fajaAAalnahum ahadeetha wamazzaqnahum kulla mumazzaqin inna fee thalika laayatin likulli sabbarin shakoorin

Vertalingen

En zij zeiden: "Onze Heer, maak onze reis lang." En zij deden zichzelf onrecht aan en Wij maakten hen tot onderwerp van gesprek. En Wij verspreidden hen geheel uit elkaar. Voorwaar, daarin zijn zeker tekenen voor iedere geduldige dankbare

Sofian S. Siregar

Maar zij zeiden: "Onze Heer vergroot de reisafstanden naar ons" en deden zichzelf onrecht aan. Wij maakten hen dus tot [het onderwerp van] verhalen en Wij lieten hen geheel vergaan. Daarin zijn zeker tekenen voor ieder die geduldig volhardt en die dank betuigt

Fred Leemhuis