34. Saba

سَبَأٍ

وَیَوْمَ یَحْشُرُهُمْ جَمٖیعًا ثُمَّ یَقُولُ لِلْمَلٰٓئِكَةِ اَهٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ اِیَّاكُمْ كَانُوا یَعْبُدُونَ

En (gedenkt) de Dag dat Hij hen allen verzamelt en dan tot de Engelen zegt: "Waren zij degenen die jullie plachten te aanbidden

Siregar

قَالُوا سُبْحَانَكَ اَنْتَ وَلِیُّنَا مِنْ دُونِهِمْۚ بَلْ كَانُوا یَعْبُدُونَ الْجِنَّۚ اَكْثَرُهُمْ بِهِمْ مُؤْمِنُونَ

Zij zullen zeggen: "Heilig bent U, U bent onze Beschermer, niet zij. Zij plachten zelfs de Djinn's (de Satan) te aanbidden, de meesten van hen geloofden hem

Siregar

فَالْیَوْمَ لَا یَمْلِكُ بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ نَفْعًا وَلَا ضَرًّاؕ وَنَقُولُ لِلَّذٖینَ ظَلَمُوا ذُوقُوا عَذَابَ النَّارِ الَّتٖی كُنْتُمْ بِهَا تُكَذِّبُونَ

Op deze Dag zijn jullie niet bij machte om elkaar van nut te zijn en niet om elkaar schade te berokkenen, en Wij zullen zeggen tot degenen die onrecht pleegden: "Proeft de bestraffing van de Hel die jullie plachten te loochenen

Siregar

وَاِذَا تُتْلٰى عَلَیْهِمْ اٰیَاتُنَا بَیِّنَاتٍ قَالُوا مَا هٰذَٓا اِلَّا رَجُلٌ یُرٖیدُ اَنْ یَصُدَّكُمْ عَمَّا كَانَ یَعْبُدُ اٰبَٓاؤُ𐻾كُمْۚ وَقَالُوا مَا هٰذَٓا اِلَّٓا اِفْكٌ مُفْتَرًىؕ وَقَالَ الَّذٖینَ كَفَرُوا لِلْحَقِّ لَمَّا جَٓاءَهُمْۙ اِنْ هٰذَٓا اِلَّا سِحْرٌ مُبٖینٌ

En als Onze duidelijke Verzen aan hen worden voorgedragen, zeggen zij: "Dit is niets anders dan een man die jullie wil affhouden van wat jullie vaderen plachten te aanbidden." En zij zeggen: "Dit is niets anders dan een verzonnen lcugen." En degenen die ongelovig zijn, zeiden over de Waarheid toen deze tot hen kwam: "Dit is niets anders dan duidelijke tovenarij

Siregar

وَمَٓا اٰتَیْنَاهُمْ مِنْ كُتُبٍ یَدْرُسُونَهَا وَمَٓا اَرْسَلْنَٓا اِلَیْهِمْ قَبْلَكَ مِنْ نَذٖیرٍؕ

En Wij hebben ben geen boeken gegeven die zij bestudeerden. En Wij hebben vóór jou geen waarschuwer tot hen gezonden

Siregar

وَكَذَّبَ الَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْۙ وَمَا بَلَغُوا مِعْشَارَ مَٓا اٰتَیْنَاهُمْ فَكَذَّبُوا رُسُلٖیࣞ فَكَیْفَ كَانَ نَكٖیرِࣖ

En degenen vóór hen loochenden terwijl zij (de ongelovigen) nog geen tiende hadden bereikt van wat Wij hun (de nlachtige volkeren) hadden gegeven. En zij loochenden Mijn Boodschappers. En hoe (verschrikkelijk) was toen Mijn afschuw

Siregar

قُلْ اِنَّمَٓا اَعِظُـكُمْ بِوَاحِدَةٍۚ اَنْ تَقُومُوا لِلّٰهِ مَثْنٰى وَفُرَادٰى ثُمَّ تَتَفَكَّرُواࣞ مَا بِصَاحِبِكُمْ مِنْ جِنَّةٍؕ اِنْ هُوَ اِلَّا نَذٖیرٌ لَكُمْ بَیْنَ یَدَیْ عَذَابٍ شَدٖیدٍ

Zeg: "Voorwaar, ik vermaan jullie tot slechts één ding: dat jullie je gelweeën of alleen voor Allah opstellen en dan nadenken." Jullie metgezel (Moehammad) is niet bezeten; hij is slechts een waarschuwer voor jullie, voor een harde bestraffing

Siregar

قُلْ مَا سَاَلْتُكُمْ مِنْ اَجْرٍ فَهُوَ لَكُمْؕ اِنْ اَجْرِیَ اِلَّا عَلَى اللّٰهِۚ وَهُوَ عَلٰى كُلِّ شَیْءٍ شَهٖیدٌ

Zeg: "Ik heb jullie niet om een beloning gevraagd; die is voor jullie zelf Mijn beloning is slechts bij Allah en Hij is Getuige over alle zaken

Siregar

قُلْ اِنَّ رَبّٖی یَقْذِفُ بِالْحَقِّۚ عَلَّامُ الْغُیُوبِ

Zeg: "Mijn Heer openbaart de Waarheid. Hij is de Kenner van het onwaarneembare

Siregar

0:00
0:00