3. Ali 'Imran

اٰلِ عِمْرٰنَ

اَلَّذٖینَ یَقُولُونَ رَبَّنَٓا اِنَّنَٓا اٰمَنَّا فَاغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَقِنَا عَذَابَ النَّارِۚ

(Zij zijn) degenen die zeggen: "Onze Heer, voorwaard, wij geloofden, vergeef ons onze zonden en bescherm ons tegen de bestraffing van de Hel

Siregar

اَلصَّابِرٖینَ وَالصَّادِقٖینَ وَالْقَانِتٖینَ وَالْمُنْفِقٖینَ وَالْمُسْتَغْفِرٖینَ بِالْاَسْحَارِ

(Zij zijn) de geduldigen en de waarachtigen en de gehoorzamen en degenen die (voor Allah) uitgeven en degenen die (Allah) om vergeving vragen op het laatst van de nacht

Siregar

شَهِدَ اللّٰهُ اَنَّهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَۙ وَالْمَلٰٓئِكَةُ وَاُو𐻾لُوا الْعِلْمِ قَٓائِمًا بِالْقِسْطِؕ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَ الْعَزٖیزُ الْحَكٖیمُؕ

Allah getuigt dat er geen god is dan Hij en (ook) de Engelen en de bezitters van kennis, standvastig in de gerechtighied. Er is geen god dan Hij, de Almachtige, de Alwijze

Siregar

اِنَّ الدّٖینَ عِنْدَ اللّٰهِ الْاِسْلَامُࣞ وَمَا اخْتَلَفَ الَّذٖینَ اُو𐻿تُوا الْكِتَابَ اِلَّا مِنْ بَعْدِ مَا جَٓاءَهُمُ الْعِلْمُ بَغْیًا بَیْنَهُمْؕ وَمَنْ یَكْفُرْ بِاٰیَاتِ اللّٰهِ فَاِنَّ اللّٰهَ سَرٖیعُ الْحِسَابِ

Voorwaar, de (enige) Godsdienst bij Allah is de Islam en degenen die de Schrift gegeven was verschilden (hierover) nadat de kennis tot hen gekomen was niet over van mening dan door onderlinge jaloezie. En wie de Tekenen van Allah loochent: voorwaar, Allah is snel in de afrekening

Siregar

فَاِنْ حَٓاجُّوكَ فَقُلْ اَسْلَمْتُ وَجْهِیَ لِلّٰهِ وَمَنِ اتَّبَعَنِؕ وَقُلْ لِلَّذٖینَ اُو𐻿تُوا الْكِتَابَ وَالْاُمِّیّٖنَ ءَاَسْلَمْتُمْؕ فَاِنْ اَسْلَمُوا فَقَدِ اهْتَدَوْاۚ وَاِنْ تَوَلَّوْا فَاِنَّمَا عَلَیْكَ الْبَلَاغُؕ وَاللّٰهُ بَصٖیرٌ بِالْعِبَادِࣖ

En als zij met jou redetwisten, zeg dan: "Ik heb mijn aangezicht overgegeven aan Allah en (ook) wie mij volgt." En zeg tegen degenen die het Boek gegeven is en de ongeletterden: "Geven jullie je over (aan Allah)?" En als zij zich overgeven, dan volgen zij Leiding, maar als zij zich afrekeren, dan is er voor jou slechts de plicht tot verkondiging. En Allah is Alziende over de dienaren

Siregar

اِنَّ الَّذٖینَ یَكْفُرُونَ بِاٰیَاتِ اللّٰهِ وَیَقْتُلُونَ النَّبِیّٖنَ بِغَیْرِ حَقٍّۙ وَیَقْتُلُونَ الَّذٖینَ یَاْمُرُونَ بِالْقِسْطِ مِنَ النَّاسِۙ فَبَشِّرْهُمْ بِعَذَابٍ اَلٖیمٍ

Voorwaar, degenen die de Tekenen van Allah loochenen en de Profeten doden zonder het recht te hebben en zij doden degenen die tot gerechtighied onder de mensen oproepen: verkondig hen een pijnlijke bestraffing

Siregar

اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ حَبِطَتْ اَعْمَالُهُمْ فِی الدُّنْیَا وَالْاٰخِرَةِؗ وَمَا لَهُمْ مِنْ نَاصِرٖینَ

Zij zijn degenen wiens werken op de aarde en (in) het Hiernamaals geen vrucht dragen en er zullen voor hen geen helpers zijn

Siregar

0:00
0:00