هُنَالِكَ دَعَا زَكَرِیَّا رَبَّهُۚ قَالَ رَبِّ هَبْ لٖی مِنْ لَدُنْكَ ذُرِّیَّةً طَیِّبَةًۚ اِنَّكَ سَمٖیعُ الدُّعَٓاءِ
Daar smeekte Zakariyyâ zijn Heer, hij zei: "O, mijn Heer, schenk mij van U een goed nageslacht, voorwaar, U bent het die de smeekbede verhoot
Siregar