الشُّورٰى

Soera Ash-Shuraa, vers 20

Het Overleg · Mekkaans · 53 verzen

42:20

مَنْ كَانَ یُرٖیدُ حَرْثَ الْاٰخِرَةِ نَزِدْ لَهُ فٖی حَرْثِهٖۚ وَمَنْ كَانَ یُرٖیدُ حَرْثَ الدُّنْیَا نُؤْتِهٖ مِنْهَا وَمَا لَهُ فِی الْاٰخِرَةِ مِنْ نَصٖیبٍ

Man kana yureedu hartha alakhirati nazid lahu fee harthihi waman kana yureedu hartha alddunya nutihi minha wama lahu fee alakhirati min naseebin

Vertalingen

Wie de beloning van het Hiernamaals wenst, voor hem vermeerderen Wij zijn beloning; en wie de beloning van het wereldse leven wenst, am hem geven Wij daarvan, maar voor hem is er in het Hiernamaals geen aandeel

Sofian S. Siregar

Wie de oogst van het hiernamaals wenst, diens oogst vermeerderen Wij en wie de oogst van het tegenwoordige leven wenst, die geven Wij ervan, maar een aandeel in het hiernamaals heeft hij niet

Fred Leemhuis