الشُّورٰى

Soera Ash-Shuraa, vers 21

Het Overleg · Mekkaans · 53 verzen

42:21

اَمْ لَهُمْ شُرَكٰٓؤُ𐻾ا شَرَعُوا لَهُمْ مِنَ الدّٖینِ مَا لَمْ یَاْذَنْ بِهِ اللّٰهُؕ وَلَوْلَا كَلِمَةُ الْفَصْلِ لَقُضِیَ بَیْنَهُمْؕ وَاِنَّ الظَّالِمٖینَ لَهُمْ عَذَابٌ اَلٖیمٌ

Am lahum shurakao sharaAAoo lahum mina alddeeni ma lam yathan bihi Allahu walawla kalimatu alfasli laqudiya baynahum wainna alththalimeena lahum AAathabun aleemun

Vertalingen

Hebben zij deelgenoten die hun in de godsdienst dat voorschrijven waartoe Allah geen toestemming heeft gegeven? En als er niet een beslissend Woord (van Allah) was, dan zouden zij reeds bestraft zijn. Voorwaar, voor de onrechtvaardigen is er een pijnlijke bestraffing

Sofian S. Siregar

Of hebben zij [zogenaamde] metgezellen [van God] die voor hen van de godsdienst dat verordineren wat God niet toegestaan heeft? En als er niet een beschikkingswoord geweest was dan was er tussen hen al een beslissing getroffen. Voor de onrechtplegers is er echt een pijnlijke bestraffing

Fred Leemhuis