تَرَى الظَّالِمٖینَ مُشْفِقٖینَ مِمَّا كَسَبُوا وَهُوَ وَاقِـعٌ بِهِمْؕ وَالَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فٖی رَوْضَاتِ الْجَنَّاتِۚ لَهُمْ مَا یَشَٓاؤُ𐻿نَ عِنْدَ رَبِّهِمْؕ ذٰلِكَ هُوَ الْفَضْلُ الْكَبٖیرُ
Tara alththalimeena mushfiqeena mimma kasaboo wahuwa waqiAAun bihim waallatheena amanoo waAAamiloo alssalihati fee rawdati aljannati lahum ma yashaoona AAinda rabbihim thalika huwa alfadlu alkabeeru
Vertalingen
Jij ziet de onrechtvaardigen bevreesd zijn voor wat zij hebben verricht en hij (de bestraffing) treft hen. Maar degenen die geloven en goede werken verrichten, zij verkeren in de Tuinen van het Paradijs. Voor hen is er bij hun Heer wat zij maar wensen. Dat is de grote gunst
Sofian S. Siregar
Jij zult dan de onrechtplegers terug zien deinzen voor wat zij begaan hebben, terwijl het hen overvalt. Maar zij die geloven en de deugdelijke daden doen zullen in de hoven van de tuinen zijn. Zij hebben bij hun Heer wat zij willen. Dat is de grote goedgunstigheid
Fred Leemhuis