وَمِنْ اٰیَاتِهِ الْجَوَارِ فِی الْبَحْرِ كَالْاَعْلَامِؕ
En tot Zijn Tekenen behoren de schepen zo groot als bergen die op de zee varen
Siregar
الشُّورٰى
وَمِنْ اٰیَاتِهِ الْجَوَارِ فِی الْبَحْرِ كَالْاَعْلَامِؕ
En tot Zijn Tekenen behoren de schepen zo groot als bergen die op de zee varen
Siregar
اِنْ یَشَاْ یُسْكِنِ الرّٖیحَ فَیَظْلَلْنَ رَوَاكِدَ عَلٰى ظَهْرِهٖؕ اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَاتٍ لِكُلِّ صَبَّارٍ شَكُورٍۙ
En als Hij wil, dan laat Hij de wind liggen, zodat de schepen stil komen te liggen op haar oppervlak. Voorwaar, daarin zijn zeker tekenen vooir iedere geduldige en dankbare
Siregar
اَوْ یُوبِقْهُنَّ بِمَا كَسَبُوا وَیَعْفُ عَنْ كَثٖیرٍؗ
Of Hij vernietigt deze (schepen) wegens wat zij verichtten, maar Hij vergeeft veel
Siregar
وَیَعْلَمَ الَّذٖینَ یُجَادِلُونَ فٖٓی اٰیَاتِنَاؕ مَا لَهُمْ مِنْ مَحٖیصٍ
En opdat zij die over Onze Tekenen redetwisten weten dat er voor hen geen uitweg is
Siregar
فَمَٓا اُو𐻿تٖیتُمْ مِنْ شَیْءٍ فَمَتَاعُ الْحَیٰوةِ الدُّنْیَاۚ وَمَا عِنْدَ اللّٰهِ خَیْرٌ وَاَبْقٰى لِلَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَلٰى رَبِّهِمْ یَتَوَكَّلُونَۚ
En wat jullie gegeven is, is slechts een vergankelijke genieting van het wereldse leven. Maar wat zich bij Allah bevindt is beter en blijvender voor hen die geloven en die op hun Heer vertrouwen
Siregar
وَالَّذٖینَ یَجْتَنِبُونَ كَبَٓائِرَ الْاِثْمِ وَالْفَوَاحِشَ وَاِذَا مَا غَضِبُوا هُمْ یَغْفِرُونَۚ
En (zij zijn) degenen die de grote zonden en de verdorvenheid mijden. En als zij boos zijn, dan vergeven zij
Siregar
وَالَّذٖینَ اسْتَجَابُوا لِرَبِّهِمْ وَاَقَامُوا الصَّلٰوةَࣕ وَاَمْرُهُمْ شُورٰى بَیْنَهُمْࣕ وَمِمَّا رَزَقْنَاهُمْ یُنْفِقُونَۚ
En (zij zijn) degenen die gehoor geven aan hun Heer en de shalât onderhouden, en hun zaken in onderling overleg (Sjôera) beslissen, en zij geven uit van waar Wij hun mee voorzien hebben
Siregar
وَالَّذٖینَ اِذَٓا اَصَابَهُمُ الْبَغْیُ هُمْ یَنْتَصِرُونَ
En (zij zijn) degenen die, als onrecht hen treft, zich verdedigen
Siregar
وَجَزٰٓؤُ𐻾ا سَیِّئَةٍ سَیِّئَةٌ مِثْلُهَاۚ فَمَنْ عَفَا وَاَصْلَحَ فَاَجْرُهُ عَلَى اللّٰهِؕ اِنَّهُ لَا یُحِبُّ الظَّالِمٖینَ
En de vergelding voor een slechte daad is dezelfde slechte daad, maar voor wie vergeeft en verzoent: zijn beloning is bij Allah. Voorwaar, Hij houdt niet van de onrechtplegers
Siregar
وَلَمَنِ انْتَصَرَ بَعْدَ ظُلْمِهٖ فَاُو𐻾لٰٓئِكَ مَا عَلَیْهِمْ مِنْ سَبٖیلٍؕ
En wie zich verdedigt nadat hem onrecht is aangedaan: zij zijn degenen tegen wie er geen weg (tot bestraffing) is
Siregar
اِنَّمَا السَّبٖیلُ عَلَى الَّذٖینَ یَظْلِمُونَ النَّاسَ وَیَبْغُونَ فِی الْاَرْضِ بِغَیْرِ الْحَقِّؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ اَلٖیمٌ
Er is wel een weg (tot bestraffing) tegen degenen die de mensen onrecht aandeden en die zonder recht buitensporig op aarde handelden. Zij zijn degenen voor wie er een pijnlijke bestraffing is
Siregar
وَلَمَنْ صَبَرَ وَغَفَرَ اِنَّ ذٰلِكَ لَمِنْ عَزْمِ الْاُمُورِࣖ
Maar wie geduldig was en vergaf voorwaar, dat behoort zeker tot de aanbevolen daden
Siregar
وَمَنْ یُضْلِلِ اللّٰهُ فَمَا لَهُ مِنْ وَلِیٍّ مِنْ بَعْدِهٖؕ وَتَرَى الظَّالِمٖینَ لَمَّا رَاَوُا الْعَذَابَ یَقُولُونَ هَلْ اِلٰى مَرَدٍّ مِنْ سَبٖیلٍۚ
En wie door Allah tot dwaling gebracht wordt: voor hem is er daarna geen helper. En jij zult zien dat wanneer de onrechtplegers de straf zien, zij zullen zeggen: "Is er voor ons nog een weg om (naar de aarde) terug, te keren
Siregar