Mushafim

47. Muhammad

مُحَمَّدٍ

اِنَّ اللّٰهَ یُدْخِلُ الَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ جَنَّاتٍ تَجْرٖی مِنْ تَحْتِهَا الْاَنْهَارُؕ وَالَّذٖینَ كَفَرُوا یَتَمَتَّعُونَ وَیَاْكُلُونَ كَمَا تَاْكُلُ الْاَنْعَامُ وَالنَّارُ مَثْوًى لَهُمْ

Voorwaar, Allah zal degenen die geloven en goede werken verrichten doen binnengaan in Tuinen (het Paradijs) waar onderdoor de rivieren stromen, terwijl degenen die ongelovig zijn (van het wereldse leven) genieten en eten zoals het vee eet. De Hel zal hun verblijfplaats zijn

Siregar

وَكَاَیِّنْ مِنْ قَرْیَةٍ هِیَ اَشَدُّ قُوَّةً مِنْ قَرْیَتِكَ الَّتٖٓی اَخْرَجَتْكَۚ اَهْلَكْنَاهُمْ فَلَا نَاصِرَ لَهُمْ

En hoeveel steden zijn er niet sterker dan de stad die jou (O Moehammad) heeft verdreven? Wij hebben hen vernietigd en er was geen helper voor hen

Siregar

اَفَمَنْ كَانَ عَلٰى بَیِّنَةٍ مِنْ رَبِّهٖ كَمَنْ زُیِّنَ لَهُ سُٓوءُ عَمَلِهٖ وَاتَّبَعُٓوا اَهْوَٓاءَهُمْ

Is hij die zich op een duidelijk bewijs van zijn Heer beroept, gelijk aan degene wiens slechte daden schoonschijnend zijn gemaakt (door de Satan) en die zijn begeerten volgt

Siregar

مَثَلُ الْجَنَّةِ الَّتٖی وُعِدَ الْمُتَّقُونَؕ فٖیهَٓا اَنْهَارٌ مِنْ مَٓاءٍ غَیْرِ اٰسِنٍۚ وَاَنْهَارٌ مِنْ لَبَنٍ لَمْ یَتَغَیَّرْ طَعْمُهُۚ وَاَنْهَارٌ مِنْ خَمْرٍ لَذَّةٍ لِلشَّارِبٖینَۚ وَاَنْهَارٌ مِنْ عَسَلٍ مُصَفًّىؕ وَلَهُمْ فٖیهَا مِنْ كُلِّ الثَّمَرَاتِ وَمَغْفِرَةٌ مِنْ رَبِّهِمْؕ كَمَنْ هُوَ خَالِدٌ فِی النَّارِ وَسُقُوا مَٓاءً حَمٖیمًا فَقَطَّعَ اَمْعَٓاءَهُمْ

Is het (geluk van) het Paradijs dat aan de Moettaqôen beloofd is, waarin rivieren zijn met versblijvend water, en van melk waarvan de smaak niet verandert, en rivieren van Khamr, als een genieting voor hen die drinken, en rivieren van zuivere honing, en waarin voor hen allerlei vruchten zijn en vergeving van hun Heer; gelijk (aan de ellende van) hen die eeuwig levenden in de Hel zijn, in wie kokend water wordt gegoten, dat hun ingewanden dan aan stukken snijdt

Siregar

وَمِنْهُمْ مَنْ یَسْتَمِـعُ اِلَیْكَۚ حَتّٰٓى اِذَا خَرَجُوا مِنْ عِنْدِكَ قَالُوا لِلَّذٖینَ اُو𐻿تُوا الْعِلْمَ مَاذَا قَالَ اٰنِفًاࣞ اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ طَبَعَ اللّٰهُ عَلٰى قُلُوبِهِمْ وَاتَّبَعُٓوا اَهْوَٓاءَهُمْ

En onder hen zijn er die naar jou luisteren; maar wanneer zij bij jou weggaan, zeggen zij tot degenen aan wie de kennis is gegeven (de metgezellen van de Profeet): "Wat zei hij daarnet?" Zij zijn degenen wiens harten Allah heeft verzegeld en die hun begeerten volgen

Siregar

وَالَّذٖینَ اهْتَدَوْا زَادَهُمْ هُدًى وَاٰتٰیهُمْ تَقْوٰیهُمْ

Maar degenen die de Leiding volgden: Hij vermeerderde hun Leiding en Hij gaf hun hun vrees (voor Hem)

Siregar

فَهَلْ یَنْظُرُونَ اِلَّا السَّاعَةَ اَنْ تَاْتِیَهُمْ بَغْتَةًۚ فَقَدْ جَٓاءَ اَشْرَاطُهَاۚ فَاَنّٰى لَهُمْ اِذَا جَٓاءَتْهُمْ ذِكْرٰیهُمْ

Zij (de ongelovigen) wachten slechts op het Uur dat plotseling tot hen zal komen. Voorzeker, de Tekenen ervan zijn al gekomen. Hoe kunnen zij wanneer (het Uur) tot hen komt, dan nog hun vermaning krijgen

Siregar

فَاعْلَمْ اَنَّهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا اللّٰهُ وَاسْتَغْفِرْ لِذَنْبِكَ وَلِلْمُؤْمِنٖینَ وَالْمُؤْمِنَاتِؕ وَاللّٰهُ یَعْلَمُ مُتَقَلَّبَكُمْ وَمَثْوٰیكُمْࣖ

Weet dat er geen god is dan Allah en vraag om vergeving voor jouw zonden en voor (de zonden van) de gelovige mannen en de gelovige vrouwen. En Allah kent jullie bezigheden (op aarde) en jullie verblijfplaats (in het Hiernamaals)

Siregar

0:00
0:00