4. An-Nisa

النِّسَاءِ

اِنَّٓا اَوْحَیْنَٓا اِلَیْكَ كَمَٓا اَوْحَیْنَٓا اِلٰى نُوحٍ وَالنَّبِیّٖنَ مِنْ بَعْدِهٖۚ وَاَوْحَیْنَٓا اِلٰٓى اِبْرٰهٖیمَ وَاِسْمٰعٖیلَ وَاِسْحٰقَ وَیَعْقُوبَ وَالْاَسْبَاطِ وَعٖیسٰى وَاَیُّوبَ وَیُونُسَ وَهٰرُونَ وَسُلَیْمٰنَۚ وَاٰتَیْنَا دَاوُ𐻿دَ زَبُورًاۚ

Voorwaar, Wij hebben aan jou geopenbaard zoals Wij aan Nôeh en de Profeten na hem opendaarden. En Wij openbanden aan Ibrâhîm en Ismâ'îl on Ishâq en Ya'qôeb en de kinderen (van Ya'qôeb) en 'Isa en Ayyôeb en Yôenoes en Hârôen en Soelaimân, En Wij gaven Dâwôed de Zabôer (Psalmen)

Siregar

وَرُسُلًا قَدْ قَصَصْنَاهُمْ عَلَیْكَ مِنْ قَبْلُ وَرُسُلًا لَمْ نَقْصُصْهُمْ عَلَیْكَؕ وَكَلَّمَ اللّٰهُ مُوسٰى تَكْلٖیمًاۚ

En (Wij zonden) Boodschappers waarover Wij jou waarlijk reeds verhaald hebben en (Wij zonden) Boodschappers waarover Wij jou niet verhaald hebben. En Allah voerde een gesprek met Môesa

Siregar

رُسُلًا مُبَشِّرٖینَ وَمُنْذِرٖینَ لِئَلَّا یَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَى اللّٰهِ حُجَّةٌ بَعْدَ الرُّسُلِؕ وَكَانَ اللّٰهُ عَزٖیزًا حَكٖیمًا

(Wij zonden) Boodschappers als brengers van verheugende tijdingen en als waarschuwers opdat de mens geen excuus tegenover Allah zou hebben no de Boodschappers. En Allah is Almachtig, Alwijs

Siregar

لٰكِنِ اللّٰهُ یَشْهَدُ بِمَٓا اَنْزَلَ اِلَیْكَ اَنْزَلَهُ بِعِلْمِهٖۚ وَالْمَلٰٓئِكَةُ یَشْهَدُونَؕ وَكَفٰى بِاللّٰهِ شَهٖیدًا

(De ongelovigen getuigen niet over jouw Profeetschap) maar Allah getuigt (wel) over wat Hij aan jou gezonden heeft. Hij zond deze met Zijn Kennis neer. En de Engelen getuigen. En Allah is voldoende als Getuige

Siregar

اِنَّ الَّذٖینَ كَفَرُوا وَصَدُّوا عَنْ سَبٖیلِ اللّٰهِ قَدْ ضَلُّوا ضَلَالًا بَعٖیدًا

Voorwaar, degenen die ongelovig zijn en (die de mensen) van de Weg van Allah afhouden zijn waarlijk ver weg gedwaald

Siregar

اِنَّ الَّذٖینَ كَفَرُوا وَظَلَمُوا لَمْ یَكُنِ اللّٰهُ لِیَغْفِرَ لَهُمْ وَلَا لِیَهْدِیَهُمْ طَرٖیقًاۙ

Voorwaar, degenen die ongelovig zijn en onrechtvaardig zijn: Allah zal hun niet vergeven en zal hen niet op een Pad leiden

Siregar

اِلَّا طَرٖیقَ جَهَنَّمَ خَالِدٖینَ فٖیهَٓا اَبَدًاؕ وَكَانَ ذٰلِكَ عَلَى اللّٰهِ یَسٖیرًا

Behalve het Pad naar de Hel, zij zijn daar eeuwig levenden. En dat is voor Allah gemakkelijk

Siregar

یَٓا اَیُّهَا النَّاسُ قَدْ جَٓاءَكُمُ الرَّسُولُ بِالْحَقِّ مِنْ رَبِّكُمْ فَاٰمِنُوا خَیْرًا لَكُمْؕ وَاِنْ تَكْفُرُوا فَاِنَّ لِلّٰهِ مَا فِی السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِؕ وَكَانَ اللّٰهُ عَلٖیمًا حَكٖیمًا

O mensen, waarlijk, de Boodschapper is tot jullie gekomen met de Waarheid van jullie Heer. Gelooft dus, (dat is) beter voor jullie. En indien jullie niet geloven: voorwaar, aan Allah behoort wat er in de hemelen en op de aarde is, En Allah is Alwetend, Alwijs

Siregar

0:00
0:00