الذَّارِيَاتِ

Soera Adh-Dhariyat, vers 46

De Winden die doen opwaaien · Mekkaans · 60 verzen

51:46

وَقَوْمَ نُوحٍ مِنْ قَبْلُؕ اِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا فَاسِقٖینَࣖ

Waqawma noohin min qablu innahum kanoo qawman fasiqeena

Vertalingen

En het volk van Nôeh van daarvóór: voorwaar, zij waren een zwaar zondig volk

Sofian S. Siregar

Ook het volk van Noeh, vroeger al; dat waren verdorven mensen

Fred Leemhuis