56. Al-Waqi'ah

الْوَاقِعَةِ

یَطُوفُ عَلَیْهِمْ وِلْدَانٌ مُخَلَّدُونَۙ

Onder hen gaan eeuwig jeugdigen rond

Siregar

بِاَكْوَابٍ وَاَبَارٖیقَ وَكَاْسٍ مِنْ مَعٖینٍۙ

Met bokalen en kannen en glazen, gevuld aan een stromende bron

Siregar

لَا یُصَدَّعُونَ عَنْهَا وَلَا یُنْزِفُونَۙ

Waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en niet dronken worden

Siregar

وَفَاكِهَةٍ مِمَّا یَتَخَیَّرُونَۙ

En vruchten waaruit zij kunnen kiezen

Siregar

وَلَحْمِ طَیْرٍ مِمَّا یَشْتَهُونَؕ

En vlees van gevogelte, wat zij maar verlangen

Siregar

وَحُورٌ عٖینٌۙ

En schonen met schitterende ogen

Siregar

كَاَمْثَالِ اللُّؤْلُؤِ𐻾 الْمَكْنُونِۚ

Gelijk welbewaarde parels

Siregar

جَزَٓاءً بِمَا كَانُوا یَعْمَلُونَ

Als een beloning voor wat zij plachten te doen

Siregar

لَا یَسْمَعُونَ فٖیهَا لَغْوًا وَلَا تَاْثٖیمًاۙ

Zij horen daarin geen onzin en geen zondigheid

Siregar

اِلَّا قٖیلًا سَلَامًا سَلَامًا

Slechts het zeggen van: "Vrede! Vrede

Siregar

وَاَصْحَابُ الْیَمٖینِ مَٓا اَصْحَابُ الْیَمٖینِؕ

En de mensen van de rechterzijde, (wat een voorspoed voor) de mensen van de rechterzijde

Siregar

فٖی سِدْرٍ مَخْضُودٍۙ

Temidden van lotusbomen zonder doornen

Siregar

وَطَلْحٍ مَنْضُودٍۙ

En bananenbomen vol met vruchten

Siregar

وَظِلٍّ مَمْدُودٍۙ

En langdurige schaduw

Siregar

وَمَٓاءٍ مَسْكُوبٍۙ

En stromend water

Siregar

وَفَاكِهَةٍ كَثٖیرَةٍۙ

En fruit in overvloed

Siregar

لَا مَقْطُوعَةٍ وَلَا مَمْنُوعَةٍۙ

Niet onderbroken en niet verboden

Siregar

وَفُرُشٍ مَرْفُوعَةٍؕ

Op verhoogde rustbedden

Siregar

اِنَّٓا اَنْشَاْنَاهُنَّ اِنْشَٓاءًۙ

Voorwaar, Wij hebben hen (de vrouwen in het Paradijs) opnieuw geschapen

Siregar

فَجَعَلْنَاهُنَّ اَبْكَارًاۙ

En Wij hebben hen maagdelijk gemaakt

Siregar

عُرُبًا اَتْرَابًاۙ

Liefdevol en gelijk in leeftijd

Siregar

لِاَصْحَابِ الْیَمٖینِؕࣖ

Voor de mensen aan de rechterzijde

Siregar

ثُلَّةٌ مِنَ الْاَوَّلٖینَۙ

Een aantal van de vroegeren (groepen)

Siregar

وَثُلَّةٌ مِنَ الْاٰخِرٖینَؕ

En een aantal van de lateren

Siregar

وَاَصْحَابُ الشِّمَالِۙ مَٓا اَصْحَابُ الشِّمَالِؕ

En de mensen van de linkerzijde, (wat een tegenspoed voor) de mensen aan de linkerzijde

Siregar

فٖی سَمُومٍ وَحَمٖیمٍۙ

(Zij verkeren) in een verzengende wind en kokend water

Siregar

وَظِلٍّ مِنْ یَحْمُومٍۙ

En schaduwen van zwarte rook

Siregar

لَا بَارِدٍ وَلَا كَرٖیمٍ

Niet koel en niet weldadig

Siregar

اِنَّهُمْ كَانُوا قَبْلَ ذٰلِكَ مُتْرَفٖینَۚ

Voorwaar, zij plachten voorheen in weelde te leven

Siregar

وَكَانُوا یُصِرُّونَ عَلَى الْحِنْثِ الْعَظٖیمِۚ

En zij volhardden in geweldige zondigheid

Siregar

وَكَانُوا یَقُولُونَ اَئِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا ءَاِنَّا لَمَبْعُوثُونَۙ

Zij plachten te zeggen: "Als wij gestorven zijn en tot stof en botten zijn geworden, zullen wij dan zeker opgewekt worden

Siregar

اَوَاٰبَٓاؤُ𐻾نَا الْاَوَّلُونَ

En ook onze voorvaderen

Siregar

قُلْ اِنَّ الْاَوَّلٖینَ وَالْاٰخِرٖینَۙ

Zeg: "Voorwaar, de vroegeren en de lateren

Siregar

لَمَجْمُوعُونَ اِلٰى مٖیقَاتِ یَوْمٍ مَعْلُومٍ

Zij zullen zeker bijeengebracht worden op het bepaalde tijdstip van een bekende Dag

Siregar

0:00
0:00