یَطُوفُ عَلَیْهِمْ وِلْدَانٌ مُخَلَّدُونَۙ
Onder hen gaan eeuwig jeugdigen rond
Siregar
الْوَاقِعَةِ
یَطُوفُ عَلَیْهِمْ وِلْدَانٌ مُخَلَّدُونَۙ
Onder hen gaan eeuwig jeugdigen rond
Siregar
بِاَكْوَابٍ وَاَبَارٖیقَ وَكَاْسٍ مِنْ مَعٖینٍۙ
Met bokalen en kannen en glazen, gevuld aan een stromende bron
Siregar
لَا یُصَدَّعُونَ عَنْهَا وَلَا یُنْزِفُونَۙ
Waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en niet dronken worden
Siregar
وَفَاكِهَةٍ مِمَّا یَتَخَیَّرُونَۙ
En vruchten waaruit zij kunnen kiezen
Siregar
وَلَحْمِ طَیْرٍ مِمَّا یَشْتَهُونَؕ
En vlees van gevogelte, wat zij maar verlangen
Siregar
وَحُورٌ عٖینٌۙ
En schonen met schitterende ogen
Siregar
كَاَمْثَالِ اللُّؤْلُؤِ𐻾 الْمَكْنُونِۚ
Gelijk welbewaarde parels
Siregar
جَزَٓاءً بِمَا كَانُوا یَعْمَلُونَ
Als een beloning voor wat zij plachten te doen
Siregar
لَا یَسْمَعُونَ فٖیهَا لَغْوًا وَلَا تَاْثٖیمًاۙ
Zij horen daarin geen onzin en geen zondigheid
Siregar
اِلَّا قٖیلًا سَلَامًا سَلَامًا
Slechts het zeggen van: "Vrede! Vrede
Siregar
وَاَصْحَابُ الْیَمٖینِ مَٓا اَصْحَابُ الْیَمٖینِؕ
En de mensen van de rechterzijde, (wat een voorspoed voor) de mensen van de rechterzijde
Siregar
فٖی سِدْرٍ مَخْضُودٍۙ
Temidden van lotusbomen zonder doornen
Siregar
وَطَلْحٍ مَنْضُودٍۙ
En bananenbomen vol met vruchten
Siregar
وَظِلٍّ مَمْدُودٍۙ
En langdurige schaduw
Siregar
وَمَٓاءٍ مَسْكُوبٍۙ
En stromend water
Siregar
وَفَاكِهَةٍ كَثٖیرَةٍۙ
En fruit in overvloed
Siregar
لَا مَقْطُوعَةٍ وَلَا مَمْنُوعَةٍۙ
Niet onderbroken en niet verboden
Siregar
وَفُرُشٍ مَرْفُوعَةٍؕ
Op verhoogde rustbedden
Siregar
اِنَّٓا اَنْشَاْنَاهُنَّ اِنْشَٓاءًۙ
Voorwaar, Wij hebben hen (de vrouwen in het Paradijs) opnieuw geschapen
Siregar
فَجَعَلْنَاهُنَّ اَبْكَارًاۙ
En Wij hebben hen maagdelijk gemaakt
Siregar
عُرُبًا اَتْرَابًاۙ
Liefdevol en gelijk in leeftijd
Siregar
لِاَصْحَابِ الْیَمٖینِؕࣖ
Voor de mensen aan de rechterzijde
Siregar
ثُلَّةٌ مِنَ الْاَوَّلٖینَۙ
Een aantal van de vroegeren (groepen)
Siregar
وَثُلَّةٌ مِنَ الْاٰخِرٖینَؕ
En een aantal van de lateren
Siregar
وَاَصْحَابُ الشِّمَالِۙ مَٓا اَصْحَابُ الشِّمَالِؕ
En de mensen van de linkerzijde, (wat een tegenspoed voor) de mensen aan de linkerzijde
Siregar
فٖی سَمُومٍ وَحَمٖیمٍۙ
(Zij verkeren) in een verzengende wind en kokend water
Siregar
وَظِلٍّ مِنْ یَحْمُومٍۙ
En schaduwen van zwarte rook
Siregar
لَا بَارِدٍ وَلَا كَرٖیمٍ
Niet koel en niet weldadig
Siregar
اِنَّهُمْ كَانُوا قَبْلَ ذٰلِكَ مُتْرَفٖینَۚ
Voorwaar, zij plachten voorheen in weelde te leven
Siregar
وَكَانُوا یُصِرُّونَ عَلَى الْحِنْثِ الْعَظٖیمِۚ
En zij volhardden in geweldige zondigheid
Siregar
وَكَانُوا یَقُولُونَ اَئِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا ءَاِنَّا لَمَبْعُوثُونَۙ
Zij plachten te zeggen: "Als wij gestorven zijn en tot stof en botten zijn geworden, zullen wij dan zeker opgewekt worden
Siregar
اَوَاٰبَٓاؤُ𐻾نَا الْاَوَّلُونَ
En ook onze voorvaderen
Siregar
قُلْ اِنَّ الْاَوَّلٖینَ وَالْاٰخِرٖینَۙ
Zeg: "Voorwaar, de vroegeren en de lateren
Siregar
لَمَجْمُوعُونَ اِلٰى مٖیقَاتِ یَوْمٍ مَعْلُومٍ
Zij zullen zeker bijeengebracht worden op het bepaalde tijdstip van een bekende Dag
Siregar