70. Al-Ma'arij

الْمَعَارِجِ

فَلَٓا اُقْسِمُ بِرَبِّ الْمَشَارِقِ وَالْمَغَارِبِ اِنَّا لَقَادِرُونَۙ

Ik zweer bij de Heer van de opgang (van o.a. de zon) en de ondergang dat Wij zeker over de macht beschikken

Siregar

عَلٰٓى اَنْ نُبَدِّلَ خَیْرًا مِنْهُمْۙ وَمَا نَحْنُ بِمَسْبُوقٖینَ

Om hen te vervangen (door anderen die) beter dan hen zijn en Wij zijn niet zwak

Siregar

فَذَرْهُمْ یَخُوضُوا وَیَلْعَبُوا حَتّٰى یُلَاقُوا یَوْمَهُمُ الَّذٖی یُوعَدُونَۙ

Laat hen maar opgaan (in hun ijdele bezigheden) en laat hen spelen tot zij de Dag van hen, die hen aangezegd was, ontmoeten

Siregar

یَوْمَ یَخْرُجُونَ مِنَ الْاَجْدَاثِ سِرَاعًا كَاَنَّهُمْ اِلٰى نُصُبٍ یُوفِضُونَۙ

Op de Dag waarop zij zich haastig uit hun graven spoeden, alsof zij zich naar afgodsbeelden spoeden

Siregar

خَاشِعَةً اَبْصَارُهُمْ تَرْهَقُهُمْ ذِلَّةٌؕ ذٰلِكَ الْیَوْمُ الَّذٖی كَانُوا یُوعَدُونَ

Hun blikken angstig teneergeslagen, overladen met vernedering. Dit is de Dag die jullie werd aangezegd

Siregar

0:00
0:00