Mushafim

7. Al-A'raf

الْاَعْرَافِ

وَاذْ‌كُرُٓوا اِذْ جَعَلَكُمْ خُلَفَٓاءَ مِنْ بَعْدِ عَادٍ وَبَوَّاَكُمْ فِی الْاَرْضِ تَتَّخِذُونَ مِنْ سُهُولِهَا قُصُورًا وَتَنْحِتُونَ الْجِبَالَ بُیُوتًاۚ فَاذْكُرُٓوا اٰلَٓاءَ اللّٰهِ وَلَا تَعْثَوْا فِی الْاَرْضِ مُفْسِدٖینَ

En (gedenkt) toen Hij jullie tot opvolgers aanstelde na (de ondergang van) de 'Ad en Hij jullie op aarde vestigde. Jullie namen van haar vlakten om er paleizen (op te bouwen) en jullie namen van de bergen om er huizen uit te houwen. Gedenkt daarom de gunsten van Allah en sticht geen onheil op de aarde, als verderfzaaiers

Siregar

قَالَ الْمَلَاُ الَّذٖینَ اسْتَكْبَرُوا مِنْ قَوْمِهٖ لِلَّذٖینَ اسْتُضْعِفُوا لِمَنْ اٰمَنَ مِنْهُمْ اَتَعْلَمُونَ اَنَّ صَالِحًا مُرْسَلٌ مِنْ رَبِّهٖؕ قَالُٓوا اِنَّا بِمَٓا اُرْسِلَ بِهٖ مُؤْمِنُونَ

De vooraannstaanden, van degenen die hoogmoedig waren onder zijn volk, zeiden tot de nederigen onder hen die geloofden: "Weten jullie dat Shâlat een door zijn Heer gezondene is?" Zij zeiden: "Voorwaar, wij geloven in hetgeen warmee hij is gezonden

Siregar

قَالَ الَّذٖینَ اسْتَكْبَرُٓوا اِنَّا بِالَّذٖٓی اٰمَنْتُمْ بِهٖ كَافِرُونَ

Degenen die hoogmoedig waren, zeiden: "Voorwaar, wij geloven niet in hetgeen waarin jullie geloven

Siregar

فَعَقَرُوا النَّاقَةَ وَعَتَوْا عَنْ اَمْرِ رَبِّهِمْ وَقَالُوا یَا صَالِحُ ائْتِنَا بِمَا تَعِدُنَٓا اِنْ كُنْتَ مِنَ الْمُرْسَلٖینَ

Zij slachtten de vrouwtjeskameel en zij minachtten het bevel van hun Heer en zij zeiden: "O Shâlih, laat het aangezegde (de bestraffing) tot ons komen, als jij tot de gezanten behoort

Siregar

فَاَخَذَتْهُمُ الرَّجْفَةُ فَاَصْبَحُوا فٖی دَارِهِمْ جَاثِمٖینَ

Toen greep de aardbeving hen, waardoor zij doden in hun huizen werden

Siregar

فَتَوَلّٰى عَنْهُمْ وَقَالَ یَا قَوْمِ لَقَدْ اَبْلَغْتُكُمْ رِسَالَةَ رَبّٖی وَنَصَحْتُ لَكُمْ وَلٰكِنْ لَا تُحِبُّونَ النَّاصِحٖینَ

Toen wendde hij (Shâlih) zich van hen af en zei. "O mijn volk, voorzeker, ik heb jullie een Boodschap van mijn Heer vorkondigd en jullie raad gegeven, maar jullie houden niet van de raadgevers

Siregar

وَلُوطًا اِذْ قَالَ لِقَوْمِهٖٓ اَتَاْتُونَ الْفَاحِشَةَ مَا سَبَقَكُمْ بِهَا مِنْ اَحَدٍ مِنَ الْعَالَمٖینَ

En (gedenkt) Lôeth, toen hij tot zijn volk zei: "Begaan jullie zedeloosheid die nog niemand van de bewoners van de werelden vóór jullie heeft begaan

Siregar

اِنَّكُمْ لَتَاْتُونَ الرِّجَالَ شَهْوَةً مِنْ دُونِ النِّسَٓاءِؕ بَلْ اَنْتُمْ قَوْمٌ مُسْرِفُونَ

Voorwaar, jullie naderen zeker wellustig mannen in plaats van vrouwen. Jullie zijn zelfs ten overschrijdend volk

Siregar

0:00
0:00