وَمَا كَانَ الْمُؤْمِنُونَ لِیَنْفِرُوا كَٓافَّةًؕ فَلَوْلَا نَفَرَ مِنْ كُلِّ فِرْقَةٍ مِنْهُمْ طَٓائِفَةٌ لِیَتَفَقَّهُوا فِی الدّٖینِ وَلِیُنْذِرُوا قَوْمَهُمْ اِذَا رَجَعُٓوا اِلَیْهِمْ لَعَلَّهُمْ یَحْذَرُونَࣖ
Wama kana almuminoona liyanfiroo kaffatan falawla nafara min kulli firqatin minhum taifatun liyatafaqqahoo fee alddeeni waliyunthiroo qawmahum itha rajaAAoo ilayhim laAAallahum yahtharoona
Vertalingen
En het past de gelovigen niet dat zij allen (ten strijde) uitrukken. Waarom rukt niet van elke groep een aantal uit, opdat zij (de achtergeblevenen) belzrip verkrijgen over de godsdienst, zodat zij hun volk zullen waarschuwen wanneer het tot hen is teruggekeerd. Hopelijk zullen zij zichzelf behoeden
Sofian S. Siregar
Het past de gelovigen niet allen tezamen uit te rukken. Van ieder onderdeel van hen zou een groep moeten uitrukken om begrip van de godsdienst te krijgen en om hun mensen te waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren; misschien zullen zij op hun hoede zijn
Fred Leemhuis