Mushafim

9. At-Tawbah

التَّوْبَةِ

یُبَشِّرُهُمْ رَبُّهُمْ بِرَحْمَةٍ مِنْهُ وَرِضْوَانٍ وَجَنَّاتٍ لَهُمْ فٖیهَا نَعٖیمٌ مُقٖیمٌۙ

Hun Heer verkondigt hun verheugende tijdingen over Barmhartigheid van Hem en welbehagen en Tuinen (het Paradijs) waarin voor hen een blijvende gelukzaligheid is

Siregar

خَالِدٖینَ فٖیهَٓا اَبَدًاؕ اِنَّ اللّٰهَ عِنْدَهُٓ اَجْرٌ عَظٖیمٌ

Zij zijn daarin eeuwig levenden, voor altijd. Voorwaar, bij Allah bevindt zich een geweldige beloning

Siregar

یَٓا اَیُّهَا الَّذٖینَ اٰمَنُوا لَا تَتَّخِذُٓوا اٰبَٓاءَكُمْ وَاِخْوَانَكُمْ اَوْلِیَٓاءَ اِنِ اسْتَحَبُّوا الْكُفْرَ عَلَى الْاٖیمَانِؕ وَمَنْ یَتَوَلَّهُمْ مِنْكُمْ فَاُو𐻾لٰٓئِكَ هُمُ الظَّالِمُونَ

O jullie die goloven, neemt jullie vaders en jullie broeders niet als leiders wanneer zij ongeloof verklezen boven geloof. En wie van jullie hen tot leiders maakt: zij zijn degenen die de onrechtplegers zijn

Siregar

قُلْ اِنْ كَانَ اٰبَٓاؤُ𐻾كُمْ وَاَبْنَٓاؤُ𐻾كُمْ وَاِخْوَانُكُمْ وَاَزْوَاجُكُمْ وَعَشٖیرَتُكُمْ وَاَمْوَالٌࣙ اقْتَرَفْتُمُوهَا وَتِجَارَةٌ تَخْشَوْنَ كَسَادَهَا وَمَسَاكِنُ تَرْضَوْنَهَٓا اَحَبَّ اِلَیْكُمْ مِنَ اللّٰهِ وَرَسُولِهٖ وَجِهَادٍ فٖی سَبٖیلِهٖ فَتَرَبَّصُوا حَتّٰى یَاْتِیَ اللّٰهُ بِاَمْرِهٖؕ وَاللّٰهُ لَا یَهْدِی الْقَوْمَ الْفَاسِقٖینَࣖ

Zeg: "Als jullie vaders en jullie zonen en jullie broeders en jullie echtgenotes en jullie familie en de bezittingen die jullie verworven hebben en de handel waarvan jullie verlies vrezen en de huizen die jullie behagen, jullie dierbaarder zijn den Allah en Zijn Boodschapper en het strijden op Zijn Weg, wacht dan tot Allah met Zijn beschikking komt. En Allah leidt het zwaar zondige volk niet

Siregar

لَقَدْ نَصَرَكُمُ اللّٰهُ فٖی مَوَاطِنَ كَثٖیرَةٍۙ وَیَوْمَ حُنَیْنٍۙ اِذْ اَعْجَبَتْكُمْ كَثْرَتُكُمْ فَلَمْ تُغْنِ عَنْكُمْ شَیْـًٔا وَضَاقَتْ عَلَیْكُمُ الْاَرْضُ بِمَا رَحُبَتْ ثُمَّ وَلَّیْتُمْ مُدْبِرٖینَۚ

Voorzeker, Allah heeft jullie reeds in vele veldslagen geholpen en op de dag van Hoenain, toen jullie grote aantallen (manschappen) jullie trots hadden gemaakt, naar dat baate jullie niets en de aarde, met al haar wijdsheid, werd jullie nauw, Daarna wendden jullie vluchtend de rug toe

Siregar

ثُمَّ اَنْزَلَ اللّٰهُ سَكٖینَتَهُ عَلٰى رَسُولِهٖ وَعَلَى الْمُؤْمِنٖینَ وَاَنْزَلَ جُنُودًا لَمْ تَرَوْهَا وَعَذَّبَ الَّذٖینَ كَفَرُواؕ وَذٰلِكَ جَزَٓاءُ الْكَافِرٖینَ

Vervolgens deed Allah rust over zijn Boodschapper en over de gelovigen neerdalen en Hij zond een leger (van Engelen) dat jullie niet zagen, en Hij bestrafte degenen die ongelovig waren. En dat is de vergelding voor de ongelovigen

Siregar

0:00
0:00