Mushafim

9. At-Tawbah

التَّوْبَةِ

ثُمَّ یَتُوبُ اللّٰهُ مِنْ بَعْدِ ذٰلِكَ عَلٰى مَنْ یَشَٓاءُؕ وَاللّٰهُ غَفُورٌ رَحٖیمٌ

Vervolgens aanvaardt Allah daarna het berouw van wie Hij wil. En Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig

Siregar

یَٓا اَیُّهَا الَّذٖینَ اٰمَنُٓوا اِنَّمَا الْمُشْرِكُونَ نَجَسٌ فَلَا یَقْرَبُوا الْمَسْجِدَ الْحَرَامَ بَعْدَ عَامِهِمْ هٰذَاۚ وَاِنْ خِفْتُمْ عَیْلَةً فَسَوْفَ یُغْنٖیكُمُ اللّٰهُ مِنْ فَضْلِهٖٓ اِنْ شَٓاءَؕ اِنَّ اللّٰهَ عَلٖیمٌ حَكٖیمٌ

O jullie die geloven: voorwaar, de veelgodenaanbidders zijn onrein. Laat hen daarom de Masdjid al Harâm (de gewijde moskee in Mekkah) niet naderen na dit jaar van hen. En als jullie armoede vrezen; Allah zal jullie rijk maken door Zijn gunst, als Hij het wil. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alwijs

Siregar

قَاتِلُوا الَّذٖینَ لَا یُؤْمِنُونَ بِاللّٰهِ وَلَا بِالْیَوْمِ الْاٰخِرِ وَلَا یُحَرِّمُونَ مَا حَرَّمَ اللّٰهُ وَرَسُولُهُ وَلَا یَدٖینُونَ دٖینَ الْحَقِّ مِنَ الَّذٖینَ اُو𐻿تُوا الْكِتَابَ حَتّٰى یُعْطُوا الْجِزْیَةَ عَنْ یَدٍ وَهُمْ صَاغِرُونَࣖ

Doodt hen dan die niet in Allah en het Hiernamaals geloven en die niet voor verboden houden wat Allah en zijn Boodschapper verboden hebben verklaard; en zij die de godsdienst van de Waarheid niet als godsdienst nemen, van hen aan wie de Schrift is gegeven, totdat zij het beschermgeld (Djizyah) betalen, naar vemogen, terwijl zij onderdanigen zijn

Siregar

وَقَالَتِ الْیَهُودُ عُزَیْرٌࣙ ابْنُ اللّٰهِ وَقَالَتِ النَّصَارَى الْمَسٖیحُ ابْنُ اللّٰهِؕ ذٰلِكَ قَوْلُهُمْ بِاَفْوَاهِهِمْۚ یُضَاهِؤُ𐻿نَ قَوْلَ الَّذٖینَ كَفَرُوا مِنْ قَبْلُؕ قَاتَلَهُمُ اللّٰهُؗ اَنّٰى یُؤْفَكُونَ

En de Joden zeggen: "Oezair is de zoon van Allah," en de Christenen zeggen: "De Masîh ('Isa) is de zoon van Allah." Dat zijn hun woorden uit ban monden. Zij doen soortgelijke uitspraken als degenen die voorheen ongelovig weren. Moge Allah hen vervloeken, Hoe kunnen zij zo afwijken

Siregar

اِتَّخَذُٓوا اَحْبَارَهُمْ وَرُهْبَانَهُمْ اَرْبَابًا مِنْ دُونِ اللّٰهِ وَالْمَسٖیحَ ابْنَ مَرْیَمَۚ وَمَٓا اُمِرُٓوا اِلَّا لِیَعْبُدُٓوا اِلٰهًا وَاحِدًاۚ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَؕ سُبْحَانَهُ عَمَّا یُشْرِكُونَ

Zij hebben hun schriftgeleerden en hun monniken tot heren naast Allah genomen en (ook) de Masîh de zoon van Marywn, terwijl hun niets is bevolen dan dat zij één God aaiibidden: er is geen god dan Hij. Heilig is Hij boven de deelgenoten die zij naast Hem toekennen

Siregar

0:00
0:00