Mushafim

11. Hud

هُودٍ

وَیَا قَوْمِ لَٓا اَسْـَٔلُكُمْ عَلَیْهِ مَالًاؕ اِنْ اَجْرِیَ اِلَّا عَلَى اللّٰهِ وَمَٓا اَنَا𐻾 بِطَارِدِ الَّذٖینَ اٰمَنُواؕ اِنَّهُمْ مُلَاقُوا رَبِّهِمْ وَلٰكِنّٖٓی اَرٰیكُمْ قَوْمًا تَجْهَلُونَ

En: "O mijn volk, ik vraag jullie hiervoor geen rijkdom, mijn beloning is slechts bij Allah. En ik zal de ongerlovigen nimmer wegjagen. Voorwaar, zij zullen hun Heer zeker ontmoeten, maar ik zie dat jullie een onwetend volk zijn

Siregar

وَیَا قَوْمِ مَنْ یَنْصُرُنٖی مِنَ اللّٰهِ اِنْ طَرَدْتُهُمْؕ اَفَلَا تَذَكَّرُونَ

En: "O mijn volk, wie kan mij redden (van de bestraffing) van Allah, als ik hen zou wegjagen? Trekken jullie er dan geen lering uit

Siregar

وَلَٓا اَقُولُ لَكُمْ عِنْدٖی خَزَٓائِنُ اللّٰهِ وَلَٓا اَعْلَمُ الْغَیْبَ وَلَٓا اَقُولُ اِنّٖی مَلَكٌ وَلَٓا اَقُولُ لِلَّذٖینَ تَزْدَرٖٓی اَعْیُنُكُمْ لَنْ یُؤْتِیَهُمُ اللّٰهُ خَیْرًاؕ اَللّٰهُ اَعْلَمُ بِمَا فٖٓی اَنْفُسِهِمْۚ اِنّٖٓی اِذًا لَمِنَ الظَّالِمٖینَ

En ik zeg niet tot jullie: 'Ik bezit de schatten van Allah.? En ik ken het onwaarneembare niet. En ik zeg niet: 'Voorwaar, ik ben een Engel.' En ik zeg niet tot de-genen die verachtelijk zijn in jullie ogen: 'Allah zal jullie nimmer iets goeds geven.' Allah weet beter wat er in hen is. Voorwaar, den zou ik zeker tot de onrechtplegers behoren

Siregar

قَالُوا یَا نُوحُ قَدْ جَادَلْتَنَا فَاَكْثَرْتَ جِدَالَنَا فَاْتِنَا بِمَا تَعِدُنَٓا اِنْ كُنْتَ مِنَ الصَّادِقٖینَ

Zij zeiden: "O Nôeh, je hebt met ons getwist, en je hebt lang met ons getwist, laat dan tot ons komen wat jij hebt aangezegd, als jij tot de waarachtigen behoort

Siregar

قَالَ اِنَّمَا یَاْتٖیكُمْ بِهِ اللّٰهُ اِنْ شَٓاءَ وَمَٓا اَنْتُمْ بِمُعْجِزٖینَ

Hij zei: "Voorwaar, Allah doet het komen, als Hij wil. En jullie zullen er niet aan kunnen ontkomen

Siregar

وَلَا یَنْفَعُكُمْ نُصْحٖٓی اِنْ اَرَدْتُ اَنْ اَنْصَحَ لَكُمْ اِنْ كَانَ اللّٰهُ یُرٖیدُ اَنْ یُغْوِیَكُمْؕ هُوَ رَبُّكُمْ وَاِلَیْهِ تُرْجَعُونَؕ

En mijn raad baat jullie niet, als ik jullie raad zou willen geven. Als Allah jullie wil doen dwalen: Hij is jullie Heer en tot Hem worden jullie terugge keerd

Siregar

اَمْ یَقُولُونَ افْتَرٰیهُؕ قُلْ اِنِ افْتَرَیْتُهُ فَعَلَیَّ اِجْرَامٖی وَاَنَا𐻾 بَرٖٓیءٌ مِمَّا تُجْرِمُونَࣖ

Of zij zeggen: "Hij heeft het verzonnen." Zeg: "Als ik het heb verzonnen, dan rust mijn misdaad op mij. En ik ben onschuldig aan de misdaden die jullie plegen

Siregar

وَاُو𐻿حِیَ اِلٰى نُوحٍ اَنَّهُ لَنْ یُؤْمِنَ مِنْ قَوْمِكَ اِلَّا مَنْ قَدْ اٰمَنَ فَلَا تَبْتَئِسْ بِمَا كَانُوا یَفْعَلُونَۚ

En er werd aan Nôeh geopenbaard: "Voorwaar, van jouw volk zal nooit iemand geloven, behalve degenen die reeds geloofden, treur daarom niet over wat zij plachten te doen

Siregar

وَاصْنَعِ الْفُلْكَ بِاَعْیُنِنَا وَوَحْیِنَا وَلَا تُخَاطِبْنٖی فِی الَّذٖینَ ظَلَمُواۚ اِنَّهُمْ مُغْرَقُونَ

Bouw het schip onder Ons toezicht en Onze Openbaring en spreek Mij niet aan over degenen die onrecht pleegden. Voorwaar, zij worden verdronken

Siregar

0:00
0:00