11. Hud

هُودٍ

وَیَا قَوْمِ لَا یَجْرِمَنَّكُمْ شِقَاقٖٓی اَنْ یُصٖیبَكُمْ مِثْلُ مَٓا اَصَابَ قَوْمَ نُوحٍ اَوْ قَوْمَ هُودٍ اَوْ قَوْمَ صَالِحٍؕ وَمَا قَوْمُ لُوطٍ مِنْكُمْ بِبَعٖیدٍ

En: "O mijn volk, laat mijn onenigheid (met jullie) er niet toe leiden dat jullie hetzelfde treft als het volk van Noeh trof, of het volk van Hoed, of het volk van Shalih. En het volk van Loeth is niet ver van jullie

Siregar

وَاسْتَغْفِرُوا رَبَّكُمْ ثُمَّ تُوبُٓوا اِلَیْهِؕ اِنَّ رَبّٖی رَحٖیمٌ وَدُودٌ

En vraagt jullie Heer om vergeving en wendt jullie vervolgens in berouw tot Hem. Voorwaar, mijn Heer is Meest Bamhartig, Meest Liefdevol

Siregar

قَالُوا یَا شُعَیْبُ مَا نَفْقَهُ𐻾 كَثٖیرًا مِمَّا تَقُولُ وَاِنَّا لَنَرٰیكَ فٖینَا ضَعٖیفًاۚ وَلَوْلَا رَهْطُكَ لَرَجَمْنَاكَؗ وَمَٓا اَنْتَ عَلَیْنَا بِعَزٖیزٍ

Zij zeiden: "O Sjoe'aib, Wij begrijpen niet veel van wat jij zeg en voorwaar, wij zien dat jij onder ons een zwakke bent. En ware het niet vanwege jouw familie, dan hadden wij jou zeker gestenigd. Jij bent niet eerwaardiger dan wij

Siregar

قَالَ یَا قَوْمِ اَرَهْطٖٓی اَعَزُّ عَلَیْكُمْ مِنَ اللّٰهِؕ وَاتَّخَذْتُمُوهُ وَرَٓاءَكُمْ ظِهْرِیًّاؕ اِنَّ رَبّٖی بِمَا تَعْمَلُونَ مُحٖیطٌ

Hij zei: "O mijn volk, is mijn familie eerwaardiger bij jullie dan Allah?" Keren jullie Hem de rug toe? Voorwaar, mijn Heer omvat alles wat jullie doen

Siregar

وَیَا قَوْمِ اعْمَلُوا عَلٰى مَكَانَتِكُمْ اِنّٖی عَامِلٌؕ سَوْفَ تَعْلَمُونَۙ مَنْ یَاْتٖیهِ عَذَابٌ یُخْزٖیهِ وَمَنْ هُوَ كَاذِبٌؕ وَارْتَقِبُٓوا اِنّٖی مَعَكُمْ رَقٖیبٌ

En: "O mijn volk, werkt volgens jullie vermogen, ook ik werk, later zullen jullie weten tot wie een bestraffing komt die hem vernedert, en wie een leugenaar is. En wacht af, voorwaar, ik ben met jullie een wachtende

Siregar

وَلَمَّا جَٓاءَ اَمْرُنَا نَجَّیْنَا شُعَیْبًا وَالَّذٖینَ اٰمَنُوا مَعَهُ بِرَحْمَةٍ مِنَّا وَاَخَذَتِ الَّذٖینَ ظَلَمُوا الصَّیْحَةُ فَاَصْبَحُوا فٖی دِیَارِهِمْ جَاثِمٖینَۙ

En toen Ons bevel was gekomen, redden Wij Sjoe'aib en degenen die met hem geloofden, door Genade van Ons. En de donderslag groep degenen die onrecht pleegden, waarna zij doden in hun huizen werden

Siregar

كَاَنْ لَمْ یَغْنَوْا فٖیهَاؕ اَلَا بُعْدًا لِمَدْیَنَ كَمَا بَعِدَتْ ثَمُودُࣖ

Alsof zij er nooit gewoond hadden. Weet, verdoemenis is er voor de bewoners van Madyan, zoals de Tsamôed werden verdoemd

Siregar

وَلَقَدْ اَرْسَلْنَا مُوسٰى بِاٰیَاتِنَا وَسُلْطَانٍ مُبٖینٍۙ

En voorzeker, wij hebben Môesa gezonden met Onze Tekenen en duidelijke bewijzen

Siregar

اِلٰى فِرْعَوْنَ وَمَلَا𐻾ئِهٖ فَاتَّبَعُٓوا اَمْرَ فِرْعَوْنَۚ وَمَٓا اَمْرُ فِرْعَوْنَ بِرَشٖیدٍ

Tot Fir'aun en zijn vooraanstaanden. Toen volgden zij (de vooraanstaanden) het bevel van Fir'aun, terwijl het bevel van Fir'aun een onrecht was

Siregar

0:00
0:00