11. Hud

هُودٍ

یَقْدُمُ قَوْمَهُ یَوْمَ الْقِیٰمَةِ فَاَوْرَدَهُمُ النَّارَؕ وَبِئْسَ الْوِرْدُ الْمَوْرُودُ

Hij zal vóór zijn volk lopen op de Dag der Opstanding en hen naar de Hel voeren, De slechtste plaats is de plaats waarheen (dan gevoerd) wordt

Siregar

وَاُتْبِعُوا فٖی هٰذِهٖ لَعْنَةً وَیَوْمَ الْقِیٰمَةِؕ بِئْسَ الرِّفْدُ الْمَرْفُودُ

En zij worden in deze (wereld) gevolgd door een vervloeking en de Dag der Opstanding. De slechtste gave (vervloeking) is de gave die (dan gegeven) wordt

Siregar

ذٰلِكَ مِنْ اَنْبَٓاءِ الْقُرٰى نَقُصُّهُ عَلَیْكَ مِنْهَا قَٓائِمٌ وَحَصٖیدٌ

Dat zijn enkele geschiedenissen over de steden die Wij aanjou (O Moehammad) vertellen, daarvan zijn er nog, en zijn er geruïneerd

Siregar

وَمَا ظَلَمْنَاهُمْ وَلٰكِنْ ظَلَمُٓوا اَنْفُسَهُمْ فَمَٓا اَغْنَتْ عَنْهُمْ اٰلِهَتُهُمُ الَّتٖی یَدْعُونَ مِنْ دُونِ اللّٰهِ مِنْ شَیْءٍ لَمَّا جَٓاءَ اَمْرُ رَبِّكَؕ وَمَا زَادُوهُمْ غَیْرَ تَتْبٖیبٍ

En Wij hebben hun geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan. En hun goden die zij naast Allah aanriepen, baatten hun niets tom het bevel van jouw Heer kwam. En zij vermeerderden voor hen niets dan vernietiging

Siregar

وَكَذٰلِكَ اَخْذُ رَبِّكَ اِذَٓا اَخَذَ الْقُرٰى وَهِیَ ظَالِمَةٌؕ اِنَّ اَخْذَهُٓ اَلٖیمٌ شَدٖیدٌ

En zo is de ingreep van jullie Heer, wanneer Hij de steden grijpt die onrechtvaardig zijn. Voorwaar, zijn greep is pijnlijk, hard

Siregar

اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَةً لِمَنْ خَافَ عَذَابَ الْاٰخِرَةِؕ ذٰلِكَ یَوْمٌ مَجْمُوعٌۙ لَهُ النَّاسُ وَذٰلِكَ یَوْمٌ مَشْهُودٌ

Voorwaar, daarin is zeker cm Teken voor wie de bestraffing van het Hiernamaals vreest. Dat is een Dag waarop de mensen verzameld worden. Dat in een Dag weuop getuigd zal worden

Siregar

وَمَا نُؤَخِّرُهُٓ اِلَّا لِاَجَلٍ مَعْدُودٍؕ

En Wij zullen hem niet uitstellen, dan voor een vastgestelde termijn

Siregar

یَوْمَ یَاْتِ لَا تَكَلَّمُ نَفْسٌ اِلَّا بِاِذْنِهٖۚ فَمِنْهُمْ شَقِیٌّ وَسَعٖیدٌ

Op de Dag die komt zai geen ziel spreken, behalve met Zijn verlof. En onder hen er zijn en zijn ongerlukkigen en gelukkigen

Siregar

فَاَمَّا الَّذٖینَ شَقُوا فَفِی النَّارِ لَهُمْ فٖیهَا زَفٖیرٌ وَشَهٖیقٌۙ

En wat degenen betreft die ongelukkig zijn, zij bevinden zich in de Hel. Voor hen is daarin gekreun en gesnik (als zij ademen)

Siregar

خَالِدٖینَ فٖیهَا مَا دَامَتِ السَّمٰوَاتُ وَالْاَرْضُ اِلَّا مَا شَٓاءَ رَبُّكَؕ اِنَّ رَبَّكَ فَعَّالٌ لِمَا یُرٖیدُ

Eeuwig levend verblijven zijn daarin, zolang de hemelen en de aarde voortbestaan, tenzij jouw Heer anders wil. Voorwaar, jouw Heer doet wat Hij wil

Siregar

وَاَمَّا الَّذٖینَ سُعِدُوا فَفِی الْجَنَّةِ خَالِدٖینَ فٖیهَا مَا دَامَتِ السَّمٰوَاتُ وَالْاَرْضُ اِلَّا مَا شَٓاءَ رَبُّكَؕ عَطَٓاءً غَیْرَ مَجْذُوذٍ

En wat degenen betreft die gelukkig zijn, zij bevinden zich in het Paradijs, zij zijn daarin eeuwig levenden, zolang de hemelen en de aarde voortbestaan, tenzij jouw Heer anders wil, als een gift zonder onderbreking

Siregar

0:00
0:00