اِذْ دَخَلُوا عَلَیْهِ فَقَالُوا سَلَامًاؕ قَالَ اِنَّا مِنْكُمْ وَجِلُونَ
Toen zij bij hem binnenkwamen, zeiden zij: "Salam." (Vrede) Ibrâhîm zei: "Voorwaar, wij zijn bang voor jullie
Siregar
الْحِجْرِ
اِذْ دَخَلُوا عَلَیْهِ فَقَالُوا سَلَامًاؕ قَالَ اِنَّا مِنْكُمْ وَجِلُونَ
Toen zij bij hem binnenkwamen, zeiden zij: "Salam." (Vrede) Ibrâhîm zei: "Voorwaar, wij zijn bang voor jullie
Siregar
قَالُوا لَا تَوْجَلْ اِنَّا نُبَشِّرُكَ بِغُلَامٍ عَلٖیمٍ
Zij zeiden: "Wees niet bang. Voorwaar, wij geven jou een verheugende tijding over (de geboorte van) een jongen, die kennis bezit
Siregar
قَالَ اَبَشَّرْتُمُونٖی عَلٰٓى اَنْ مَسَّنِیَ الْكِبَرُ فَبِمَ تُبَشِّرُونَ
Hij (Ibrâhîm) zei: "Geven jullie mij een verheugende tijding, terwijl de ouderdom mij heeft bereikt? Waarover geven jullie mij dan een verheugende tijding
Siregar
قَالُوا بَشَّرْنَاكَ بِالْحَقِّ فَلَا تَكُنْ مِنَ الْقَانِطٖینَ
Zij zeiden: "Wij hebben jou in waarheid een verheugende tijding gegeven, behoor daarom niet tot de wanhopigen
Siregar
قَالَ وَمَنْ یَقْنَطُ مِنْ رَحْمَةِ رَبِّهٖٓ اِلَّا الضَّٓالُّونَ
Hij (Ibrâhîm) zei: "Niemand wanhoopt aan de Barmhartigheid van zijn Heer dan de dwalenden
Siregar
قَالَ فَمَا خَطْبُكُمْ اَیُّهَا الْمُرْسَلُونَ
Hij (Ibrâhîm) zei: "Wat is jullie zaak, O, gezanten
Siregar
قَالُٓوا اِنَّٓا اُرْسِلْنَٓا اِلٰى قَوْمٍ مُجْرِمٖینَۙ
Zij (de Engelen) zeiden: "Voorwaar, wij zijn gezonden tot een misdadig volk
Siregar
اِلَّٓا اٰلَ لُوطٍؕ اِنَّا لَمُنَجُّوهُمْ اَجْمَعٖینَۙ
Uitgezonderd de volgelingen van Loeth. Voorwaar, wij zullen hen (in opdracht van Allah) zeker allen redden
Siregar
اِلَّا امْرَاَتَهُ قَدَّرْنَٓاۙ اِنَّهَا لَمِنَ الْغَابِرٖینَࣖ
Behalve zijn vrouw, wij hebben besloten dat zij tot de achterblijversi zal behoren
Siregar
فَلَمَّا جَٓاءَ اٰلَ لُوطٍࣙ الْمُرْسَلُونَۙ
En toen de gezanten tot de volgelingen van Loeth kwamen
Siregar
قَالَ اِنَّكُمْ قَوْمٌ مُنْكَرُونَ
Hij (Loeth) zei: "Jullie zijn een onbekend volk
Siregar
قَالُوا بَلْ جِئْنَاكَ بِمَا كَانُوا فٖیهِ یَمْتَرُونَ
De gezanten (de Engelen) zeiden: "Eigenlijk zijn wij tot jou gekomen, met dat waarover zij plachten te twijfelen (de bestraffing)
Siregar
وَاَتَیْنَاكَ بِالْحَقِّ وَاِنَّا لَصَادِقُونَ
En wij zijn tot jou gekomen met de Waarheid. En voorwaar, wij zijn zeker waarachtigen
Siregar
فَاَسْرِ بِاَهْلِكَ بِقِطْعٍ مِنَ الَّیْلِ وَاتَّبِـعْ اَدْبَارَهُمْ وَلَا یَلْتَفِتْ مِنْكُمْ اَحَدٌ وَامْضُوا حَیْثُ تُؤْمَرُونَ
Dus vertrek daarom met jouw familie in het laatste gedeelte van de nacht. En volg achter hen (jouw familie) en laat niemand van jullie omkijken en vervolg (de reis) zoals jullie bevolen is
Siregar
وَقَضَیْنَٓا اِلَیْهِ ذٰلِكَ الْاَمْرَ اَنَّ دَابِرَ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ مَقْطُوعٌ مُصْبِحٖینَ
En Wij openbaarden aan hem (Loeth) die zaak: dat zij in de ochtend zullen worden uitgeroeid
Siregar
وَجَٓاءَ اَهْلُ الْمَدٖینَةِ یَسْتَبْشِرُونَ
En de bewoners van de stad (Sodom) verheugden zich
Siregar
قَالَ اِنَّ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ ضَیْفٖی فَلَا تَفْضَحُونِۙ
Hij (Loeth) zei: "Voorwaar, dit zijn mijn gasten; maakt mij dus niet te schande
Siregar
وَاتَّقُوا اللّٰهَ وَلَا تُخْزُونِ
En vreest Allah en vernedert mij niet
Siregar
قَالُٓوا اَوَلَمْ نَنْهَكَ عَنِ الْعَالَمٖینَ
Zij zeiden: "Hebben wij jou niet verboden (over ons te praten) tegen de mensen
Siregar