18. Al-Kahf

الْكَهْفِ

قَالَ هٰذَا رَحْمَةٌ مِنْ رَبّٖیۚ فَاِذَا جَٓاءَ وَعْدُ رَبّٖی جَعَلَهُ دَكَّٓاءَۚ وَكَانَ وَعْدُ رَبّٖی حَقًّاؕ

Hij (Dzôelqarnain) zei: "Dit is Barmhartigheid van mijn Heer. Maar als de belofte van mijn Heer komt, maakt Hij het tot stof. En de belofte van mijn Heer is Waarheid

Siregar

وَتَرَكْنَا بَعْضَهُمْ یَوْمَئِذٍ یَمُوجُ فٖی بَعْضٍ وَنُفِخَ فِی الصُّورِ فَجَمَعْنَاهُمْ جَمْعًاۙ

En op die Dag laten Wij hen, om hen met elkaar te mengen. En er wordt op de Bazuin geblazen, waarna Wij hen allen bij elkaar zullen brengen

Siregar

وَعَرَضْنَا جَهَنَّمَ یَوْمَئِذٍ لِلْكَافِرٖینَ عَرْضًاۙ

En op die Dag zullen Wij de Hel duidelijk zichtbaar aan de ongelovigen tonen

Siregar

اَلَّذٖینَ كَانَتْ اَعْیُنُهُمْ فٖی غِطَٓاءٍ عَنْ ذِكْرٖی وَكَانُوا لَا یَسْتَطٖیعُونَ سَمْعًاࣖ

Degenen voor wie de ogen versluierd waren voor het gedenken van Mij en (die) niet tot horen in staat waren

Siregar

اَفَحَسِبَ الَّذٖینَ كَفَرُٓوا اَنْ یَتَّخِذُوا عِبَادٖی مِنْ دُونٖٓی اَوْلِیَٓاءَؕ اِنَّٓا اَعْتَدْنَا جَهَنَّمَ لِلْكَافِرٖینَ نُزُلًا

Denken degenen die niet geloven, dat zij Mijn dienaren naast Mij tot beschermers kunnen nemen? Voorwaar, wij hebben de Hel klaargemaakt als een verblijfplaats voor de ongelovigen

Siregar

قُلْ هَلْ نُنَبِّئُكُمْ بِالْاَخْسَرٖینَ اَعْمَالًاؕ

Zeg (O Moehammad): "Zullen wij jullie op de hoogte brengen van wie de grootste verliezers zijn door (hun) daden

Siregar

اَلَّذٖینَ ضَلَّ سَعْیُهُمْ فِی الْحَیٰوةِ الدُّنْیَا وَهُمْ یَحْسَبُونَ اَنَّهُمْ یُحْسِنُونَ صُنْعًا

(Het zijn) degenen wiens daden vruchteloos waren in het wereldse leven. En zij dachten dat zij goed werk verrichtten

Siregar

اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ كَفَرُوا بِاٰیَاتِ رَبِّهِمْ وَلِقَٓائِهٖ فَحَبِطَتْ اَعْمَالُهُمْ فَلَا نُقٖیمُ لَهُمْ یَوْمَ الْقِیٰمَةِ وَزْنًا

Zij zijn degenen die niet geloven in de Tekenen van hun Heer en in de ontmoeting met Hem. Hun daden zijn vruchteloos en Wij kennen hun (daden) op de Dag der Opstanding geen gewicht toe

Siregar

ذٰلِكَ جَزَٓاؤُ𐻾هُمْ جَهَنَّمُ بِمَا كَفَرُوا وَاتَّخَذُٓوا اٰیَاتٖی وَرُسُلٖی هُزُوًا

Dat is hun vergelding: de Hel, omdat zij ongelovig waren en zij de spot dreven met Mijn Tekenen en Mijn Boodschappers

Siregar

اِنَّ الَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ كَانَتْ لَهُمْ جَنَّاتُ الْفِرْدَوْسِ نُزُلًاۙ

Voorwaar, voor degenen die geloven en goede daden verrichten zijn er de Tuinen van Firdaus (het Paradijs) als een verblijfplaats

Siregar

خَالِدٖینَ فٖیهَا لَا یَبْغُونَ عَنْهَا حِوَلًا

Zij zullen daarin eeuwig levenden zijn. En zij zullen daar geen verandering in wensen

Siregar

قُلْ لَوْ كَانَ الْبَحْرُ مِدَادًا لِكَلِمَاتِ رَبّٖی لَنَفِدَ الْبَحْرُ قَبْلَ اَنْ تَنْفَدَ كَلِمَاتُ رَبّٖی وَلَوْ جِئْنَا بِمِثْلِهٖ مَدَدًا

Zeg (O Moehammad): "Al werd de zee inkt om de Woorden van mijn Heer (op te schrijven), zij zou opraken voordat de Woorden van mijn Heer opgeraakt zouden zijn, zelfs al voegden Wij een daaraan gelijke hoeveelheid toe

Siregar

قُلْ اِنَّمَٓا اَنَا𐻾 بَشَرٌ مِثْلُكُمْ یُوحٰٓى اِلَیَّ اَنَّمَٓا اِلٰهُكُمْ اِلٰهٌ وَاحِدٌۚ فَمَنْ كَانَ یَرْجُوا لِقَٓاءَ رَبِّهٖ فَلْیَعْمَلْ عَمَلًا صَالِحًا وَلَا یُشْرِكْ بِعِبَادَةِ رَبِّهٖٓ اَحَدًا

Zeg: "Voorwaar, ik ben slechts een mens zoals jullie. Het is aan mij geopenbaard dat jullie god één God is. Wie daarom de ontmoeting met zijn Heer verwacht: laat hem goede daden verrichten en laat hem bij de aanbidding van zijn Heer niet één deelgenoot toekennen

Siregar

0:00
0:00