Mushafim

21. Al-Anbya

الْاَنْبِيَاءِ

وَمَٓا اَرْسَلْنَا مِنْ قَبْلِكَ مِنْ رَسُولٍ اِلَّا نُوحٖٓی اِلَیْهِ اَنَّهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّٓا اَنَا𐻾 فَاعْبُدُونِ

En Wij stuurden niet één van de Boodschappers vóór jou, of Wij openbaarden aan hem dat er geen andere god dan Ik is, aanbidt Mij daarom

Siregar

وَقَالُوا اتَّخَذَ الرَّحْمٰنُ وَلَدًا سُبْحَانَهُؕ بَلْ عِبَادٌ مُكْرَمُونَۙ

En zij zeiden: "De Bamhartige heeft Zich een zoon genomen." Heilig is Hij! Zij (de Engelen) zijn slechts geëerde dienaren

Siregar

لَا یَسْبِقُونَهُ بِالْقَوْلِ وَهُمْ بِاَمْرِهٖ یَعْمَلُونَ

Zij nemen het wooird niet vóór Hem en zij handelen op Zijn bevel

Siregar

یَعْلَمُ مَا بَیْنَ اَیْدٖیهِمْ وَمَا خَلْفَهُمْ وَلَا یَشْفَعُونَۙ اِلَّا لِمَنِ ارْتَضٰى وَهُمْ مِنْ خَشْیَتِهٖ مُشْفِقُونَ

Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is en zij zijn niet van voorspraak, behalve voor wie Hem welgevallig zijn. En uit ontzag voor Hem vrezen zij (Allah)

Siregar

وَمَنْ یَقُلْ مِنْهُمْ اِنّٖٓی اِلٰهٌ مِنْ دُونِهٖ فَذٰلِكَ نَجْزٖیهِ جَهَنَّمَؕ كَذٰلِكَ نَجْزِی الظَّالِمٖینَࣖ

En wie van hen zegt: "Voorwaar, ik ben een god naast Hem," die vergelden Wij daarop niet de Het, zo vergelden Wij de onrechtplegers

Siregar

اَوَلَمْ یَرَ الَّذٖینَ كَفَرُٓوا اَنَّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضَ كَانَتَا رَتْقًا فَفَتَقْنَاهُمَاؕ وَجَعَلْنَا مِنَ الْمَٓاءِ كُلَّ شَیْءٍ حَیٍّؕ اَفَلَا یُؤْمِنُونَ

Weten degenen die ongelovig zijn niet dat de hemelen en de aarde als een gemengde massa waren en dat Wij hen beide daarop splitsten en dat Wij alle levende dingen uit het water maakten? Geloven zij niet

Siregar

وَجَعَلْنَا فِی الْاَرْضِ رَوَاسِیَ اَنْ تَمٖیدَ بِهِمْ وَجَعَلْنَا فٖیهَا فِجَاجًا سُبُلًا لَعَلَّهُمْ یَهْتَدُونَ

En Wij maakten stevige bergen op de aarde, zodat zij niet met hen schudt. En Wij maakten daarin brede passen als wegen. Hopelijk zullen zij Leiding volgen

Siregar

وَجَعَلْنَا السَّمَٓاءَ سَقْفًا مَحْفُوظًاۚ وَهُمْ عَنْ اٰیَاتِهَا مُعْرِضُونَ

En Wij maakten de hemel als een beschermende kap, maar zij wendden zich af van zijn Tekenen

Siregar

وَهُوَ الَّذٖی خَلَقَ الَّیْلَ وَالنَّهَارَ وَالشَّمْسَ وَالْقَمَرَؕ كُلٌّ فٖی فَلَكٍ یَسْبَحُونَ

En Hij is Degene Die de nacht en de dag geschapen heeft, en de zon en de maan, allen bewegen in een baan

Siregar

وَمَا جَعَلْنَا لِبَشَرٍ مِنْ قَبْلِكَ الْخُلْدَؕ اَفَا𐻾ئِنْ مِتَّ فَهُمُ الْخَالِدُونَ

En Wij hebben geen mens vóór jou onsterfelijkheid gegeven. Als jij zou sterven; zouden zij dan eeuwig leven

Siregar

كُلُّ نَفْسٍ ذَٓائِقَةُ الْمَوْتِؕ وَنَبْلُوكُمْ بِالشَّرِّ وَالْخَیْرِ فِتْنَةًؕ وَاِلَیْنَا تُرْجَعُونَ

Iedere ziel zal de dood ervaren en Wij stellen jullie op de proef met het slechte en het goede, als een beproeving, en tot Ons worden jullie teruggkeerd

Siregar

0:00
0:00