26. Ash-Shu'ara

الشُّعَرَاءِ

قَالَ فَعَلْتُهَٓا اِذًا وَاَنَا𐻾 مِنَ الضَّٓالّٖینَؕ

Hij (Môesa) zei: "Ik heb dat gedaan toen ik tot de onnadenkenden behoorde

Siregar

فَفَرَرْتُ مِنْكُمْ لَمَّا خِفْتُكُمْ فَوَهَبَ لٖی رَبّٖی حُكْمًا وَجَعَلَنٖی مِنَ الْمُرْسَلٖینَ

Dus vluchtte ik weg toen ik bang voor jullie was. Daarop heeft mijn Heer aan mij Wijsheid ij gegeven en gemaakt dat ik tot de Boodschappers behoorde

Siregar

وَتِلْكَ نِعْمَةٌ تَمُنُّهَا عَلَیَّ اَنْ عَبَّدْتَ بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَؕ

En dit is de gunst die jij mij bewees: dat jij de Kinderen van Israël tot slaven gemaakt hebt

Siregar

قَالَ فِرْعَوْنُ وَمَا رَبُّ الْعَالَمٖینَ

Fiir'aun zei: "En wie is de Heer der Werelden

Siregar

قَالَ رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَاؕ اِنْ كُنْتُمْ مُوقِنٖینَ

Hij (Môesa) zei: "De Heer van de hemelen en de aarde en wat tussen hen beide is, als jullie er maar van overtuigd waren

Siregar

قَالَ لِمَنْ حَوْلَهُٓ اَلَا تَسْتَمِعُونَ

Hij (Fir'aun) zei tot hen die rondom hem waren: "Luisteren jullie niet

Siregar

قَالَ رَبُّكُمْ وَرَبُّ اٰبَٓائِكُمُ الْاَوَّلٖینَ

Hij (Môesa) zei: "Juitie Heer en de Heer van jullie voorvaderen

Siregar

قَالَ اِنَّ رَسُولَكُمُ الَّذٖٓی اُرْسِلَ اِلَیْكُمْ لَمَجْنُونٌ

Hij (Fir'aun) zei: "Voorwaar, jullie Boodschapper die tot jullie gezonden is, is zeker bezeten

Siregar

قَالَ رَبُّ الْمَشْرِقِ وَالْمَغْرِبِ وَمَا بَیْنَهُمَاؕ اِنْ كُنْتُمْ تَعْقِلُونَ

Hij (Môesa) zei: "De Heer van het Oosten en het Westen en wat tussen hen beide is, als jullie begrijpen

Siregar

قَالَ لَئِنِ اتَّخَذْتَ اِلٰهًا غَیْرٖی لَاَجْعَلَنَّكَ مِنَ الْمَسْجُونٖینَ

Hij (Fir'aun) zei: "Als jij een andere god dan mij hebt aangenomen, dan zal ik jou zeker tot een van de gevangenen maken

Siregar

قَالَ اَوَلَوْ جِئْتُكَ بِشَیْءٍ مُبٖینٍ

Hij (Môesa) zei: "Zelfs als ik jou iets duidelijks kan laten zien

Siregar

قَالَ فَاْتِ بِهٖٓ اِنْ كُنْتَ مِنَ الصَّادِقٖینَ

Hij (Fir'aun) zei: "Breng het maar, als jij tot de waarachtigen behoort

Siregar

فَاَلْقٰى عَصَاهُ فَاِذَا هِیَ ثُعْبَانٌ مُبٖینٌۚ

Toen wierp hij zijn staf neer en daarop werd het een duidelijke slang

Siregar

وَنَزَعَ یَدَهُ فَاِذَا هِیَ بَیْضَٓاءُ لِلنَّاظِرٖینَࣖ

En hij strekte zijn hand uit en die werd wit voor de toeschouwers

Siregar

قَالَ لِلْمَلَاِ حَوْلَهُٓ اِنَّ هٰذَا لَسَاحِرٌ عَلٖیمٌۙ

Hij (Fir'aun) zei tegen de vooraanstaanden rondom hem: "Voorwaar, dit is zeker een bekwame tovenaar

Siregar

یُرٖیدُ اَنْ یُخْرِجَكُمْ مِنْ اَرْضِكُمْ بِسِحْرِهٖࣗ فَمَاذَا تَاْمُرُونَ

Hij wil jullie uit jullie land verdrijven met zijn tovenarij. Dus wat adviseren jullie

Siregar

قَالُٓوا اَرْجِهْ وَاَخَاهُ وَابْعَثْ فِی الْمَدَٓائِنِ حَاشِرٖینَۙ

Zij zeiden: "Stel (de zaak van) hem en zijn broeder uit en stuur bijeenroepers naar de steden

Siregar

یَاْتُوكَ بِكُلِّ سَحَّارٍ عَلٖیمٍ

Zij zullen elke bekwame tovenaar bij jou brengen

Siregar

فَجُمِعَ السَّحَرَةُ لِمٖیقَاتِ یَوْمٍ مَعْلُومٍۙ

Zo werden de tovenaars verzameld op een afgesprokem lijd op een aangewezen dag

Siregar

وَقٖیلَ لِلنَّاسِ هَلْ اَنْتُمْ مُجْتَمِعُونَۙ

En tot de mensen werd gezegd: "Zijn jullie nu bijeengekomen

Siregar

0:00
0:00