وَاجْعَلْ لٖی لِسَانَ صِدْقٍ فِی الْاٰخِرٖینَۙ
En maak mijn naam vermaard onder de lateren
Siregar
الشُّعَرَاءِ
وَاجْعَلْ لٖی لِسَانَ صِدْقٍ فِی الْاٰخِرٖینَۙ
En maak mijn naam vermaard onder de lateren
Siregar
وَاجْعَلْنٖی مِنْ وَرَثَةِ جَنَّةِ النَّعٖیمِۙ
En maak mij één van de erfgenamen van de Tuin van de gelukzaligheid (het Paradijs)
Siregar
وَاغْفِرْ لِاَبٖٓی اِنَّهُ كَانَ مِنَ الضَّٓالّٖینَۙ
En vergeef mijn vader, waal bij behoorde tot de dwalenden
Siregar
وَلَا تُخْزِنٖی یَوْمَ یُبْعَثُونَۙ
En verneder mij niet op de Dag waarop er wordt opgewekt
Siregar
یَوْمَ لَا یَنْفَعُ مَالٌ وَلَا بَنُونَۙ
Op de Dag, waarop rijkdom en zonen niet zullen baten
Siregar
اِلَّا مَنْ اَتَى اللّٰهَ بِقَلْبٍ سَلٖیمٍؕ
Alleen bij (zal gebaat zijn), die naar Allah komt met een zuiver hart
Siregar
وَاُزْلِفَتِ الْجَنَّةُ لِلْمُتَّقٖینَۙ
En de Tuin wordt dichtbij de Moettaqôen gebracht
Siregar
وَبُرِّزَتِ الْجَحٖیمُ لِلْغَاوٖینَۙ
En Djahîm (de Hel) wordt tentoongesteld aan de dwalenden
Siregar
وَقٖیلَ لَهُمْ اَیْنَ مَا كُنْتُمْ تَعْبُدُونَۙ
En tot hen wordt gezegd: "Waar is het, wat jullie plachten te aanbidden
Siregar
مِنْ دُونِ اللّٰهِؕ هَلْ یَنْصُرُونَكُمْ اَوْ یَنْتَصِرُونَؕ
Naast Allah? Kunnen zij jullie helpen of zichzelf helpen
Siregar
فَكُبْكِبُوا فٖیهَا هُمْ وَالْغَاوُ𐻿نَۙ
Dan worden zij hals over kop daarin geslingerd, zij en de dwalenden
Siregar
وَجُنُودُ اِبْلٖیسَ اَجْمَعُونَؕ
En de troepen van Iblîs (de Satan), allemaal
Siregar
قَالُوا وَهُمْ فٖیهَا یَخْتَصِمُونَۙ
Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten
Siregar
تَاللّٰهِ اِنْ كُنَّا لَفٖی ضَلَالٍ مُبٖینٍۙ
Bij Allah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling
Siregar
اِذْ نُسَوّٖیكُمْ بِرَبِّ الْعَالَمٖینَ
Dat wij jullie (de afgoden) gelijkstelden met de Heer der Werelden
Siregar
وَمَٓا اَضَلَّنَٓا اِلَّا الْمُجْرِمُونَ
En alleen de misdadigers hebben ons doen afdwalen
Siregar
فَمَا لَنَا مِنْ شَافِعٖینَۙ
En wij hebben geen voorsprekers
Siregar
وَلَا صَدٖیقٍ حَمٖیمٍ
En geen boezemvriend
Siregar
فَلَوْ اَنَّ لَنَا كَرَّةً فَنَكُونَ مِنَ الْمُؤْمِنٖینَ
Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren
Siregar
اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَةًؕ وَمَا كَانَ اَكْثَرُهُمْ مُؤْمِنٖینَ
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen
Siregar
وَاِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ الْعَزٖیزُ الرَّحٖیمُࣖ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige
Siregar
كَذَّبَتْ قَوْمُ نُوحٍࣙ الْمُرْسَلٖینَۚ
Het volk van Nôeh loochende de Boodschappers
Siregar
اِذْ قَالَ لَهُمْ اَخُوهُمْ نُوحٌ اَلَا تَتَّقُونَۚ
(Gedenk) toen hun broeder Nôeh tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet
Siregar
اِنّٖی لَكُمْ رَسُولٌ اَمٖینٌۙ
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper
Siregar
فَاتَّقُوا اللّٰهَ وَاَطٖیعُونِۚ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij
Siregar
وَمَٓا اَسْـَٔلُكُمْ عَلَیْهِ مِنْ اَجْرٍۚ اِنْ اَجْرِیَ اِلَّا عَلٰى رَبِّ الْعَالَمٖینَۚ
Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden
Siregar
فَاتَّقُوا اللّٰهَ وَاَطٖیعُونِؕ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij
Siregar
قَالُٓوا اَنُؤْمِنُ لَكَ وَاتَّبَعَكَ الْاَرْذَلُونَؕ
Zij zeiden: "Zouden wij jou volgen, terwijl de meest nederigen jou volgen
Siregar