26. Ash-Shu'ara

الشُّعَرَاءِ

وَاجْعَلْ لٖی لِسَانَ صِدْقٍ فِی الْاٰخِرٖینَۙ

En maak mijn naam vermaard onder de lateren

Siregar

وَاجْعَلْنٖی مِنْ وَرَثَةِ جَنَّةِ النَّعٖیمِۙ

En maak mij één van de erfgenamen van de Tuin van de gelukzaligheid (het Paradijs)

Siregar

وَاغْفِرْ لِاَبٖٓی اِنَّهُ كَانَ مِنَ الضَّٓالّٖینَۙ

En vergeef mijn vader, waal bij behoorde tot de dwalenden

Siregar

وَلَا تُخْزِنٖی یَوْمَ یُبْعَثُونَۙ

En verneder mij niet op de Dag waarop er wordt opgewekt

Siregar

یَوْمَ لَا یَنْفَعُ مَالٌ وَلَا بَنُونَۙ

Op de Dag, waarop rijkdom en zonen niet zullen baten

Siregar

اِلَّا مَنْ اَتَى اللّٰهَ بِقَلْبٍ سَلٖیمٍؕ

Alleen bij (zal gebaat zijn), die naar Allah komt met een zuiver hart

Siregar

وَاُزْلِفَتِ الْجَنَّةُ لِلْمُتَّقٖینَۙ

En de Tuin wordt dichtbij de Moettaqôen gebracht

Siregar

وَبُرِّزَتِ الْجَحٖیمُ لِلْغَاوٖینَۙ

En Djahîm (de Hel) wordt tentoongesteld aan de dwalenden

Siregar

وَقٖیلَ لَهُمْ اَیْنَ مَا كُنْتُمْ تَعْبُدُونَۙ

En tot hen wordt gezegd: "Waar is het, wat jullie plachten te aanbidden

Siregar

مِنْ دُونِ اللّٰهِؕ هَلْ یَنْصُرُونَكُمْ اَوْ یَنْتَصِرُونَؕ

Naast Allah? Kunnen zij jullie helpen of zichzelf helpen

Siregar

فَكُبْكِبُوا فٖیهَا هُمْ وَالْغَاوُ𐻿نَۙ

Dan worden zij hals over kop daarin geslingerd, zij en de dwalenden

Siregar

وَجُنُودُ اِبْلٖیسَ اَجْمَعُونَؕ

En de troepen van Iblîs (de Satan), allemaal

Siregar

قَالُوا وَهُمْ فٖیهَا یَخْتَصِمُونَۙ

Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten

Siregar

تَاللّٰهِ اِنْ كُنَّا لَفٖی ضَلَالٍ مُبٖینٍۙ

Bij Allah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling

Siregar

اِذْ نُسَوّٖیكُمْ بِرَبِّ الْعَالَمٖینَ

Dat wij jullie (de afgoden) gelijkstelden met de Heer der Werelden

Siregar

وَمَٓا اَضَلَّنَٓا اِلَّا الْمُجْرِمُونَ

En alleen de misdadigers hebben ons doen afdwalen

Siregar

فَمَا لَنَا مِنْ شَافِعٖینَۙ

En wij hebben geen voorsprekers

Siregar

وَلَا صَدٖیقٍ حَمٖیمٍ

En geen boezemvriend

Siregar

فَلَوْ اَنَّ لَنَا كَرَّةً فَنَكُونَ مِنَ الْمُؤْمِنٖینَ

Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren

Siregar

اِنَّ فٖی ذٰلِكَ لَاٰیَةًؕ وَمَا كَانَ اَكْثَرُهُمْ مُؤْمِنٖینَ

Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen

Siregar

وَاِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ الْعَزٖیزُ الرَّحٖیمُࣖ

En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige

Siregar

كَذَّبَتْ قَوْمُ نُوحٍࣙ الْمُرْسَلٖینَۚ

Het volk van Nôeh loochende de Boodschappers

Siregar

اِذْ قَالَ لَهُمْ اَخُوهُمْ نُوحٌ اَلَا تَتَّقُونَۚ

(Gedenk) toen hun broeder Nôeh tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet

Siregar

اِنّٖی لَكُمْ رَسُولٌ اَمٖینٌۙ

Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper

Siregar

فَاتَّقُوا اللّٰهَ وَاَطٖیعُونِۚ

Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij

Siregar

وَمَٓا اَسْـَٔلُكُمْ عَلَیْهِ مِنْ اَجْرٍۚ اِنْ اَجْرِیَ اِلَّا عَلٰى رَبِّ الْعَالَمٖینَۚ

Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden

Siregar

فَاتَّقُوا اللّٰهَ وَاَطٖیعُونِؕ

Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij

Siregar

قَالُٓوا اَنُؤْمِنُ لَكَ وَاتَّبَعَكَ الْاَرْذَلُونَؕ

Zij zeiden: "Zouden wij jou volgen, terwijl de meest nederigen jou volgen

Siregar

0:00
0:00