طٰسٓمٓؕ
Tha Sîn Mîm
Siregar
الْقَصَصِ
Het Verhaal · Mekkaans · 88 verzen · Juz 20, Pagina 385
طٰسٓمٓؕ
Tha Sîn Mîm
Siregar
تِلْكَ اٰیَاتُ الْكِتَابِ الْمُبٖینِ
Dit zijn de Verzen van het duidelijke Boek
Siregar
نَتْلُوا عَلَیْكَ مِنْ نَبَاِ مُوسٰى وَفِرْعَوْنَ بِالْحَقِّ لِقَوْمٍ یُؤْمِنُونَ
Wij dragen jou van de geschiedenissen van Môesa en Fir'aun voor, volgens de Waarheid, voor een volk dat gelooft
Siregar
اِنَّ فِرْعَوْنَ عَلَا فِی الْاَرْضِ وَجَعَلَ اَهْلَهَا شِیَعًا یَسْتَضْعِفُ طَٓائِفَةً مِنْهُمْ یُذَبِّـحُ اَبْنَٓاءَهُمْ وَیَسْتَحْيٖ نِسَٓاءَهُمْؕ اِنَّهُ كَانَ مِنَ الْمُفْسِدٖینَ
Voorwaar, Fir'aun wag hoogmoedig in het land en hij verdeelde haar mensen in partijen. Hij onderdrukte een groep van hen: hij slachtte hun zonen en hij liet hun vrouwen leven. Voorwaar, hij behoorde tot de verderfzaaiers
Siregar
وَنُرٖیدُ اَنْ نَمُنَّ عَلَى الَّذٖینَ اسْتُضْعِفُوا فِی الْاَرْضِ وَنَجْعَلَهُمْ اَئِمَّةً وَنَجْعَلَهُمُ الْوَارِثٖینَۙ
En Wij wilden de onderdrukten in het land een gunst schenken. En Wij maakten hen tot leiders en Wij maakten ben tot erfgenamen
Siregar