Mushafim

28. Al-Qasas

الْقَصَصِ

فَلَمَّا قَضٰى مُوسَى الْاَجَلَ وَسَارَ بِاَهْلِهٖٓ اٰنَسَ مِنْ جَانِبِ الطُّورِ نَارًاۚ قَالَ لِاَهْلِهِ امْكُثُٓوا اِنّٖٓی اٰنَسْتُ نَارًا لَعَلّٖٓی اٰتٖیكُمْ مِنْهَا بِخَبَرٍ اَوْ جَذْوَةٍ مِنَ النَّارِ لَعَلَّكُمْ تَصْطَلُونَ

En toen Môesa de termijn vervuld had, en niet zijn familie reisde, zag hij aan de zijkant van (de berg) Thôer vuur. Hij zei tot zijn familie: "Blijft, want ik heb een vuur gezien. Moge ik jullie daarover nieuws brengen of een fakkel van het vuur meenemen, hopelijk verwarmen jullie (je ermee)

Siregar

فَلَمَّٓا اَتٰیهَا نُودِیَ مِنْ شَاطِئِ الْوَادِ الْاَیْمَنِ فِی الْبُقْعَةِ الْمُبَارَكَةِ مِنَ الشَّجَرَةِ اَنْ یَا مُوسٰٓى اِنّٖٓی اَنَا اللّٰهُ رَبُّ الْعَالَمٖینَۙ

Maar toen hij daar ankwam, werd hij geroepen vanaf de rechterzijde van de vallei, op de gezegende plaats, van bij een boom: "O Môesa, voorwaar, Ik ben Allah, Heer der Werelden

Siregar

وَاَنْ اَلْقِ عَصَاكَؕ فَلَمَّا رَاٰهَا تَهْتَزُّ كَاَنَّهَا جَٓانٌّ وَلّٰى مُدْبِرًا وَلَمْ یُعَقِّبْؕ یَا مُوسٰٓى اَقْبِلْ وَلَا تَخَفْࣞ اِنَّكَ مِنَ الْاٰمِنٖینَ

En werp jouw staf neer!" Toen hij deze zag, bewoog die alsof zij een slang was, toen keerde hij zich haastig om, en koek niet om. (Allah zei:) "O Môesa, kom naderbij, en wees niet bang: voorwaar, jij behoort tot hen die veilig zijn

Siregar

اُسْلُكْ یَدَكَ فٖی جَیْبِكَ تَخْرُجْ بَیْضَٓاءَ مِنْ غَیْرِ سُٓوءٍؗ وَاضْمُمْ اِلَیْكَ جَنَاحَكَ مِنَ الرَّهْبِ فَذَانِكَ بُرْهَانَانِ مِنْ رَبِّكَ اِلٰى فِرْعَوْنَ وَمَلَا𐻾ئِهٖؕ اِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا فَاسِقٖینَ

Stop jouw hand onder jouw kraag, en hij zal wit schijnen, zonder ziek te zijn. En hou jouw arm tegen jouw zijde tegen de angst. Dit zijn twee Tekenen van jouw Heer tegen Fir'aun en zijn vooraanstanden. Voorwaar, zij zijn een zwaar zondig volk

Siregar

قَالَ رَبِّ اِنّٖی قَتَلْتُ مِنْهُمْ نَفْسًا فَاَخَافُ اَنْ یَقْتُلُونِ

Hij (Môesa) zei: "Mijn Heer, voorwaar, ik heb iemand van hen doodgeslagen en ik ben bang dat zij mij doden

Siregar

وَاَخٖی هٰرُونُ هُوَ اَفْصَحُ مِنّٖی لِسَانًا فَاَرْسِلْهُ مَعِیَ رِدْءًا یُصَدِّقُنٖیؗ اِنّٖٓی اَخَافُ اَنْ یُكَذِّبُونِ

Mijn broeder Hârôen kan beter spreken dan ik. Stuur hem daarom met mij als een helper die mij bevestigt: voorwaar, ik ben bang dat zij mij loochenen

Siregar

قَالَ سَنَشُدُّ عَضُدَكَ بِاَخٖیكَ وَنَجْعَلُ لَكُمَا سُلْطَانًا فَلَا یَصِلُونَ اِلَیْكُمَا بِاٰیَاتِنَاۚ اَنْتُمَا وَمَنِ اتَّبَعَكُمَا الْغَالِبُونَ

Hij (Allah) zei: "Wij zallen jou versterken met jouw broeder en Wij zullen jullie beiden gezag geven, zodat zij jullie niet kunnen bereiken. (Vertrek) met Onze Tekenen, jullie beiden en degenen die jullie volgen zullen overwinnaars zijn

Siregar

0:00
0:00