Mushafim

2. Al-Baqarah

الْبَقَرَةِ

وَقَالَتِ الْیَهُودُ لَیْسَتِ النَّصَارٰى عَلٰى شَیْءٍࣕ وَقَالَتِ النَّصَارٰى لَیْسَتِ الْیَهُودُ عَلٰى شَیْءٍۙ وَهُمْ یَتْلُونَ الْكِتَابَؕ كَذٰلِكَ قَالَ الَّذٖینَ لَا یَعْلَمُونَ مِثْلَ قَوْلِهِمْۚ فَاللّٰهُ یَحْكُمُ بَیْنَهُمْ یَوْمَ الْقِیٰمَةِ فٖیمَا كَانُوا فٖیهِ یَخْتَلِفُونَ

En de Joden zeiden: "De christenen hebben geen grondslag" (voor hun beweringen). En de Christenen zeiden: "De Joden hebben geen grondslag. "Terwijl zij de Schrift voorlezen. Degenen die niet weten (de veelgodenaanbidders), spreken het zelfde woord als zij. En Allah zal tussen hen oordelen op de Dag der Opstanding omtrent dat waarover zij van mening verschillen

Siregar

وَمَنْ اَظْلَمُ مِمَّنْ مَنَعَ مَسَاجِدَ اللّٰهِ اَنْ یُذْكَرَ فٖیهَا اسْمُهُ وَسَعٰى فٖی خَرَابِهَاؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ مَا كَانَ لَهُمْ اَنْ یَدْخُلُوهَٓا اِلَّا خَٓائِفٖینَؕ لَهُمْ فِی الدُّنْیَا خِزْیٌ وَلَهُمْ فِی الْاٰخِرَةِ عَذَابٌ عَظٖیمٌ

En wie is er zondiger dan degene die verhindert dat in de Moskeeen van Allah Zijn Naam genoemd wordt en die zich beijvert om deze te verwoesten? Zij behoren deze niet binnen te gaan, behalve als vrezenden. Voor hen is er op de wereld een vernedering en in het Hiernamaals is er een geweldige bestraffing

Siregar

وَلِلّٰهِ الْمَشْرِقُ وَالْمَغْرِبُ فَاَیْنَمَا تُوَلُّوا فَثَمَّ وَجْهُ اللّٰهِؕ اِنَّ اللّٰهَ وَاسِعٌ عَلٖیمٌ

En aan Allah behoren het Oosten en het Westen. Waarheen jullie je ook wenden, daar is het Aangezicht van Allah. Voorwar, Allah is Alomvattend en Alwetend

Siregar

وَقَالُوا اتَّخَذَ اللّٰهُ وَلَدًاۙ سُبْحَانَهُؕ بَلْ لَهُ مَا فِی السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِؕ كُلٌّ لَهُ قَانِتُونَ

En zij (de Christenen) zeiden: "Allah heeft Zich een zoon genomen." Heilig is Hij! Nee! Aan Hem behoort wat er in de hemelen en (op) de aarde is. Allen gehoorzamen Hem ootmoedig

Siregar

بَدٖیعُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِؕ وَاِذَا قَضٰٓى اَمْرًا فَاِنَّمَا یَقُولُ لَهُ كُنْ فَیَكُونُ

(Hij is) de Voortbrenger van de hemelen en de aarde. En wanner Hij een besluit over een zaak heeft genomen, dan zegt Hij er slechts tegen: "Wees," en het is

Siregar

وَقَالَ الَّذٖینَ لَا یَعْلَمُونَ لَوْلَا یُكَلِّمُنَا اللّٰهُ اَوْ تَاْتٖینَٓا اٰیَةٌؕ كَذٰلِكَ قَالَ الَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِثْلَ قَوْلِهِمْؕ تَشَابَهَتْ قُلُوبُهُمْؕ قَدْ بَیَّنَّا الْاٰیَاتِ لِقَوْمٍ یُوقِنُونَ

En degenen die niet weten, zeiden: Waarom spreekt Allah niet tot ons en waarom komt er geen Teken tot ons?" Zo spraken ook degenen die voor hen waren. Hun harten lijken op elkaar. Waarlijk, Wij hebben de Tekenen duidelijk gemaakt aan een overtuigd volk

Siregar

اِنَّٓا اَرْسَلْنَاكَ بِالْحَقِّ بَشٖیرًا وَنَذٖیرًاۙ وَلَا تُسْـَٔلُ عَنْ اَصْحَابِ الْجَحٖیمِ

Voorwaar, Wij hebben jou (Moehammad) met de Waarheid gezonden, als een brenger van een verheugende tijding en als een waarschuwer, en jij zal niet worden ondervraagd over de bewoners van de Djahîm (de Hel)

Siregar

0:00
0:00