32. As-Sajdah

السَّجْدَةِ

وَلَوْ تَرٰٓى اِذِ الْمُجْرِمُونَ نَاكِسُوا رُؤُ𐻿سِهِمْ عِنْدَ رَبِّهِمْؕ رَبَّنَٓا اَبْصَرْنَا وَسَمِعْنَا فَارْجِعْنَا نَعْمَلْ صَالِحًا اِنَّا مُوقِنُونَ

En als jij het kon zien wanneer de zondaren hun hoofden buigen voor hun Heer (en zeggen:) "Onze Heer, wij hebben gezien en gehoord, breng ons daarom terug, opdat wij goede werken verrichten. Voorwaar, wij zijn overtuigd

Siregar

وَلَوْ شِئْنَا لَاٰتَیْنَا كُلَّ نَفْسٍ هُدٰیهَا وَلٰكِنْ حَقَّ الْقَوْلُ مِنّٖی لَاَمْلَــَٔنَّ جَهَنَّمَ مِنَ الْجِنَّةِ وَالنَّاسِ اَجْمَعٖینَ

En als Wij wilden, dan zouden Wij zeker iedere ziel haar Leiding geven, maar het Woord is door Mij bepaald: "Ik zal de Hel zeker vullen met Djinn's en mensen, allemaal

Siregar

فَذُوقُوا بِمَا نَسٖیتُمْ لِقَٓاءَ یَوْمِكُمْ هٰذَاۚ اِنَّا نَسٖینَاكُمْ وَذُوقُوا عَذَابَ الْخُلْدِ بِمَا كُنْتُمْ تَعْمَلُونَ

Proeft dan (de bestraffing), omdat jullie ie de ontmoeting van deze Dag van jullie vergaten. Voorwaar, Wij hebben jullie vergeten. En proeft de eeuwige bestraffing vanwege wat jullie plachten te doen

Siregar

اِنَّمَا یُؤْمِنُ بِاٰیَاتِنَا الَّذٖینَ اِذَا ذُكِّرُوا بِهَا خَرُّوا سُجَّدًا وَسَبَّحُوا بِحَمْدِ رَبِّهِمْ وَهُمْ لَا یَسْتَكْبِرُونَ

Voorwaar, gelovig aan Onze Verzen zijn slechts degenen die, wanneer zij ermee vemaand worden, zich neerbuigen, en die de Glorie van hun Heer prijzen met Zijn lofprijzing. En zij zijn niet hoogmoedig

Siregar

تَتَجَافٰى جُنُوبُهُمْ عَنِ الْمَضَاجِعِ یَدْعُونَ رَبَّهُمْ خَوْفًا وَطَمَعًاؗ وَمِمَّا رَزَقْنَاهُمْ یُنْفِقُونَ

Hun zijden mijden de slaapplaatsen, zij roepen hun Heer aan, vrezend en hopend. En zij geven uit van dat waar Wij hun mee voorzagen

Siregar

فَلَا تَعْلَمُ نَفْسٌ مَٓا اُخْفِیَ لَهُمْ مِنْ قُرَّةِ اَعْیُنٍۚ جَزَٓاءً بِمَا كَانُوا یَعْمَلُونَ

En geen ziet weet welke verkoeling van de ogen voor hen verborgen wordt gehouden, als beloning voor wat zij plachten te doen

Siregar

اَفَمَنْ كَانَ مُؤْمِنًا كَمَنْ كَانَ فَاسِقًاؕ لَا یَسْتَوُ𐻿نَ

Is wie gelovig is, gelijk aan een zwaar zondige? Zij zijn niet gelijk

Siregar

اَمَّا الَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فَلَهُمْ جَنَّاتُ الْمَاْوٰىؗ نُزُلًا بِمَا كَانُوا یَعْمَلُونَ

Wat betreft degenen die geloofden en goede werken verrichtten: voor hen zijn er Tuinen (het Paradijs) als verblijfplaats, als ontvangst voor wal zij plachten te doen

Siregar

وَاَمَّا الَّذٖینَ فَسَقُوا فَمَاْوٰیهُمُ النَّارُؕ كُلَّمَٓا اَرَادُٓوا اَنْ یَخْرُجُوا مِنْهَٓا اُعٖیدُوا فٖیهَا وَقٖیلَ لَهُمْ ذُوقُوا عَذَابَ النَّارِ الَّذٖی كُنْتُمْ بِهٖ تُكَذِّبُونَ

En wat betreft degenen die zware zonden begingen: hun verblijfplaats is de Hel. Iedere keer dat zij eruit willen komen, worden zij erin terruggedreven, en wordt er tot hen gezegd: "Proeft de bestraffing van de Hel die jullie plachten te loochenen

Siregar

0:00
0:00