وَاضْرِبْ لَهُمْ مَثَلًا اَصْحَابَ الْقَرْیَةِۘ اِذْ جَٓاءَهَا الْمُرْسَلُونَۚ
En geef hen een voorbeeld: de bewoners van de stad toen de gezanten tot haar kwamen
Siregar
يٰسۤ
وَاضْرِبْ لَهُمْ مَثَلًا اَصْحَابَ الْقَرْیَةِۘ اِذْ جَٓاءَهَا الْمُرْسَلُونَۚ
En geef hen een voorbeeld: de bewoners van de stad toen de gezanten tot haar kwamen
Siregar
اِذْ اَرْسَلْنَٓا اِلَیْهِمُ اثْنَیْنِ فَكَذَّبُوهُمَا فَعَزَّزْنَا بِثَالِثٍ فَقَالُٓوا اِنَّٓا اِلَیْكُمْ مُرْسَلُونَ
Toen Wij er twee tot hen zonden, waarop zij hen loochenden, toen versterkten Wij (hen) met een derde. Zij zeiden toen: "Voorwaar, wij zijn gezanten voor jullie
Siregar
قَالُوا مَٓا اَنْتُمْ اِلَّا بَشَرٌ مِثْلُنَاۙ وَمَٓا اَنْزَلَ الرَّحْمٰنُ مِنْ شَیْءٍۙ اِنْ اَنْتُمْ اِلَّا تَكْذِبُونَ
Zij zeiden: "Jullie zijn slechts mensen zoals wij en de Erbarmer heeft niets neergezonden, jullie doen niets anders dan liegen
Siregar
قَالُوا رَبُّنَا یَعْلَمُ اِنَّٓا اِلَیْكُمْ لَمُرْسَلُونَ
Zij zeiden: "Voorwaar, onze Heer weet dat wij zeker gezanten voor jullie zijn
Siregar
وَمَا عَلَیْنَٓا اِلَّا الْبَلَاغُ الْمُبٖینُ
En onze taak is slechts het overbrengen van de duidelijke verkondiging
Siregar
قَالُٓوا اِنَّا تَطَیَّرْنَا بِكُمْۚ لَئِنْ لَمْ تَنْتَهُوا لَنَرْجُمَنَّكُمْ وَلَیَمَسَّنَّكُمْ مِنَّا عَذَابٌ اَلٖیمٌ
Zij zeiden: "Voorwaar, wij zien een kwaad lot in jullie, als jullie dan niet ophouden, dan zullen wij jullie zeker stenigen en dan zal jullie zeker een pijnlijke bestraffing van ons treffen
Siregar
قَالُوا طَٓائِرُكُمْ مَعَكُمْؕ اَئِنْ ذُكِّرْتُمْؕ بَلْ اَنْتُمْ قَوْمٌ مُسْرِفُونَ
Zij zeiden: "Jullie kwade lot ligt bij jullie zelf, is het omdat jullie vermaand worden? Nee, jullie zijn een buitensporig volk
Siregar
وَجَٓاءَ مِنْ اَقْصَا الْمَدٖینَةِ رَجُلٌ یَسْعٰى قَالَ یَا قَوْمِ اتَّبِعُوا الْمُرْسَلٖینَۙ
En uit het verste gedeelte van de stad kwam een man aangesneld, die zei: "O mijn volk, volgt de gezanten
Siregar
اِتَّبِعُوا مَنْ لَا یَسْـَٔلُكُمْ اَجْرًا وَهُمْ مُهْتَدُونَ
Volgt hen die geen beloning van jullie vragen en rechtgeleiden zijn
Siregar
وَمَا لِیَ لَٓا اَعْبُدُ الَّذٖی فَطَرَنٖی وَاِلَیْهِ تُرْجَعُونَ
En waarom zou ik niet Hem aanbidden Die mij heeft geschapen? En tot Hem worden jullie teruggekeerd
Siregar
ءَاَتَّخِذُ مِنْ دُونِهٖٓ اٰلِهَةً اِنْ یُرِدْنِ الرَّحْمٰنُ بِضُرٍّ لَا تُغْنِ عَنّٖی شَفَاعَتُهُمْ شَیْـًٔا وَلَا یُنْقِذُونِۚ
Hoe zou ik dan naast Hem goden kunnen nemen? Als de Barmhartige voor mij tegenspoed zou wensen, dan zou hun voorspraak mij niets baten en mij niet redden
Siregar
اِنّٖٓی اِذًا لَفٖی ضَلَالٍ مُبٖینٍ
Voorwaar, dan zou ik zeker in duidelijke dwaling verkeren
Siregar
اِنّٖٓی اٰمَنْتُ بِرَبِّكُمْ فَاسْمَعُونِؕ
Voorwaar, ik geloof in jullie Heer, luistert daarom
Siregar
قٖیلَ ادْخُلِ الْجَنَّةَؕ قَالَ یَا لَیْتَ قَوْمٖی یَعْلَمُونَۙ
Er werd gezegd: "Treed het Paradijs binnen." Hij zei: "O wee, wist mijn volk maar
Siregar
بِمَا غَفَرَ لٖی رَبّٖی وَجَعَلَنٖی مِنَ الْمُكْرَمٖینَ
Wat mijn Heer mij heeft vergeven en mij tot één van de geëerden heeft gemaakt
Siregar