36. Ya-Sin

يٰسۤ

وَمَٓا اَنْزَلْنَا عَلٰى قَوْمِهٖ مِنْ بَعْدِهٖ مِنْ جُنْدٍ مِنَ السَّمَٓاءِ وَمَا كُنَّا مُنْزِلٖینَ

En Wij hebben na hem geen leger (van engelen) uit de hemel tot zijn volk gezonden, en Wij zonden hen niet

Siregar

اِنْ كَانَتْ اِلَّا صَیْحَةً وَاحِدَةً فَاِذَا هُمْ خَامِدُونَ

Het was slechts één bliksemslag en toen waren zij dood

Siregar

یَا حَسْرَةً عَلَى الْعِبَادِۚ مَا یَاْتٖیهِمْ مِنْ رَسُولٍ اِلَّا كَانُوا بِهٖ یَسْتَهْزِؤُ𐻿نَ

Wat jammer voor de dienaren, er komt geen Boodschapper tot hen, of zij drijven de spot met hem

Siregar

اَلَمْ یَرَوْا كَمْ اَهْلَكْنَا قَبْلَهُمْ مِنَ الْقُرُونِ اَنَّهُمْ اِلَیْهِمْ لَا یَرْجِعُونَ

Weten zij dan niet hoeveel generaties vóór hen Wij vernietigd hebben? Zij zullen niet tot hun (wereldse levens) terugkeren

Siregar

وَاِنْ كُلٌّ لَمَّا جَمٖیعٌ لَدَیْنَا مُحْضَرُونَࣖ

En zij zullen allen bijelkaar bij Ons voorgeleiden zijn

Siregar

وَاٰیَةٌ لَهُمُ الْاَرْضُ الْمَیْتَةُۚ اَحْیَیْنَاهَا وَاَخْرَجْنَا مِنْهَا حَبًّا فَمِنْهُ یَاْكُلُونَ

En een teken voor hen is de dode aarde die Wij tot leven doen komen en waaruit Wij graan voortbrengen waarvan zij eten

Siregar

وَجَعَلْنَا فٖیهَا جَنَّاتٍ مِنْ نَخٖیلٍ وَاَعْنَابٍ وَفَجَّرْنَا فٖیهَا مِنَ الْعُیُونِۙ

En Wij hebben daarin tuinen met dadelpalmen en druivenstruiken gemaakt en Wij hebben daarin bronnen doen ontspringen

Siregar

لِیَاْكُلُوا مِنْ ثَمَرِهٖۙ وَمَا عَمِلَتْهُ اَیْدٖیهِمْؕ اَفَلَا یَشْكُرُونَ

Opdat zij van haar vruchten eten en van wat hun handen hebben verricht. Zijn zij dan niet dankbaar

Siregar

سُبْحَانَ الَّذٖی خَلَقَ الْاَزْوَاجَ كُلَّهَا مِمَّا تُنْبِتُ الْاَرْضُ وَمِنْ اَنْفُسِهِمْ وَمِمَّا لَا یَعْلَمُونَ

Heilig is Degene Die al de soorten heeft geschapen die de aarde voortbrengt en uit henzelf en van wat zij niet weten

Siregar

وَاٰیَةٌ لَهُمُ الَّیْلُۚ نَسْلَخُ مِنْهُ النَّهَارَ فَاِذَا هُمْ مُظْلِمُونَۙ

En een Teken voor hen is de nacht waarvan Wij de dag onttrekken, dan bevinden zij zich in de duisternis

Siregar

وَالشَّمْسُ تَجْرٖی لِمُسْتَقَرٍّ لَهَاؕ ذٰلِكَ تَقْدٖیرُ الْعَزٖیزِ الْعَلٖیمِؕ

En de zon loopt in haar vaste baan. Dat is de verordening van de Almachtige, de Alwijze

Siregar

وَالْقَمَرَ قَدَّرْنَاهُ مَنَازِلَ حَتّٰى عَادَ كَالْعُرْجُونِ الْقَدٖیمِ

En Wij hebben voor de maan standen bepaald, zodat zij terugkeert als een oud sikkeltje van een dadeltros

Siregar

لَا الشَّمْسُ یَنْبَغٖی لَهَٓا اَنْ تُدْرِكَ الْقَمَرَ وَلَا الَّیْلُ سَابِقُ النَّهَارِؕ وَكُلٌّ فٖی فَلَكٍ یَسْبَحُونَ

Het is niet mogelijk dat de zon de maan bereikt en de nacht kan de dag niet inhalen. Allen bewegen in een kringloop

Siregar

0:00
0:00