كَذٰلِكَ مَٓا اَتَى الَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِنْ رَسُولٍ اِلَّا قَالُوا سَاحِرٌ اَوْ مَجْنُونٌ
Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene
Siregar
الذَّارِيَاتِ
كَذٰلِكَ مَٓا اَتَى الَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِنْ رَسُولٍ اِلَّا قَالُوا سَاحِرٌ اَوْ مَجْنُونٌ
Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene
Siregar
اَتَوَاصَوْا بِهٖۚ بَلْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ
Dragen zij dit aan elkaar over (van geslacht op geslacht)? Zij zijn zelfs een overtredend volk
Siregar
فَتَوَلَّ عَنْهُمْ فَمَٓا اَنْتَ بِمَلُومٍؗ
Wend je daarom van hen af, dan wordt jou niets verweten
Siregar
وَذَكِّرْ فَاِنَّ الذِّكْرٰى تَنْفَعُ الْمُؤْمِنٖینَ
En vermaan: want voorwaar, de vermaning baat de gelovigen
Siregar
وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْاِنْسَ اِلَّا لِیَعْبُدُونِ
En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen
Siregar
مَٓا اُرٖیدُ مِنْهُمْ مِنْ رِزْقٍ وَمَٓا اُرٖیدُ اَنْ یُطْعِمُونِ
Ik wens geen voorzieningen van hen, en ik wens niet dat zij Mij voeden
Siregar
اِنَّ اللّٰهَ هُوَ الرَّزَّاقُ ذُوالْقُوَّةِ الْمَتٖینُ
Voorwaar, Allah is de Voorziener, de Bezitter van sterke kracht
Siregar
فَاِنَّ لِلَّذٖینَ ظَلَمُوا ذَنُوبًا مِثْلَ ذَنُوبِ اَصْحَابِهِمْ فَلَا یَسْتَعْجِلُونِ
Voorwaar, de zonden van degenen die onrecht plegen zijn gelijk aan de zonden van hun soortgenoten (in vroegere generaties). Laten zij daarom Mij niet vragen (de bestraffing) te bespoedigen
Siregar
فَوَیْلٌ لِلَّذٖینَ كَفَرُوا مِنْ یَوْمِهِمُ الَّذٖی یُوعَدُونَ
Wee dan degenen die ongelovig zijn op hun Dag die aangezegd is
Siregar