51. Adh-Dhariyat

الذَّارِيَاتِ

كَذٰلِكَ مَٓا اَتَى الَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْ مِنْ رَسُولٍ اِلَّا قَالُوا سَاحِرٌ اَوْ مَجْنُونٌ

Zo kwam er tot degenen vóór hen geen Boodschapper, of zij zeiden: "(Hij is) een tovenaar, of een bezetene

Siregar

اَتَوَاصَوْا بِهٖۚ بَلْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ

Dragen zij dit aan elkaar over (van geslacht op geslacht)? Zij zijn zelfs een overtredend volk

Siregar

فَتَوَلَّ عَنْهُمْ فَمَٓا اَنْتَ بِمَلُومٍؗ

Wend je daarom van hen af, dan wordt jou niets verweten

Siregar

وَذَكِّرْ فَاِنَّ الذِّكْرٰى تَنْفَعُ الْمُؤْمِنٖینَ

En vermaan: want voorwaar, de vermaning baat de gelovigen

Siregar

وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْاِنْسَ اِلَّا لِیَعْبُدُونِ

En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen

Siregar

مَٓا اُرٖیدُ مِنْهُمْ مِنْ رِزْقٍ وَمَٓا اُرٖیدُ اَنْ یُطْعِمُونِ

Ik wens geen voorzieningen van hen, en ik wens niet dat zij Mij voeden

Siregar

اِنَّ اللّٰهَ هُوَ الرَّزَّاقُ ذُوالْقُوَّةِ الْمَتٖینُ

Voorwaar, Allah is de Voorziener, de Bezitter van sterke kracht

Siregar

فَاِنَّ لِلَّذٖینَ ظَلَمُوا ذَنُوبًا مِثْلَ ذَنُوبِ اَصْحَابِهِمْ فَلَا یَسْتَعْجِلُونِ

Voorwaar, de zonden van degenen die onrecht plegen zijn gelijk aan de zonden van hun soortgenoten (in vroegere generaties). Laten zij daarom Mij niet vragen (de bestraffing) te bespoedigen

Siregar

فَوَیْلٌ لِلَّذٖینَ كَفَرُوا مِنْ یَوْمِهِمُ الَّذٖی یُوعَدُونَ

Wee dan degenen die ongelovig zijn op hun Dag die aangezegd is

Siregar

0:00
0:00