Mushafim

7. Al-A'raf

الْاَعْرَافِ

حَقٖیقٌ عَلٰٓى اَنْ لَٓا اَقُولَ عَلَى اللّٰهِ اِلَّا الْحَقَّؕ قَدْ جِئْتُكُمْ بِبَیِّنَةٍ مِنْ رَبِّكُمْ فَاَرْسِلْ مَعِیَ بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَؕ

Het is mij verplicht dat ik over Allah niets dan de Waarheid zeg. Waarlijk, ik ben tot jullie gekomen met een duidelijk Teken van jullie Heer, stuur de Kinderen van breel daarom met mij mee

Siregar

قَالَ اِنْ كُنْتَ جِئْتَ بِاٰیَةٍ فَاْتِ بِهَٓا اِنْ كُنْتَ مِنَ الصَّادِقٖینَ

Hij (Fir'aun) zei: "Als jij met een Teken bent gekomen, kom er dan mee, als jij tot de waarahtigen behoort

Siregar

فَاَلْقٰى عَصَاهُ فَاِذَا هِیَ ثُعْبَانٌ مُبٖینٌۚ

Toen wierp bij (Môesa) zijn staf, en toen werd deze een duidelijke slang

Siregar

وَنَزَعَ یَدَهُ فَاِذَا هِیَ بَیْضَٓاءُ لِلنَّاظِرٖینَࣖ

En bij haalde zijn hand tevoorschijn, en toen werd deze witstralend voor de toeschouwers

Siregar

قَالَ الْمَلَاُ مِنْ قَوْمِ فِرْعَوْنَ اِنَّ هٰذَا لَسَاحِرٌ عَلٖیمٌۙ

De vooraanstaanden van Fir'aun's volk zeiden: "Voorwaar, dit is een kundige tovenaar

Siregar

یُرٖیدُ اَنْ یُخْرِجَكُمْ مِنْ اَرْضِكُمْۚ فَمَاذَا تَاْمُرُونَ

Hij wil jullie uit jullie land verdrijven!"' (Fir'aun vroeg:) "Wat raden jullie aan

Siregar

قَالُٓوا اَرْجِهْ وَاَخَاهُ وَاَرْسِلْ فِی الْمَدَٓائِنِ حَاشِرٖینَۙ

Zij zeiden: "Geef hem en zijn broeder uitstel, en stuur verzamelaars naar de steden

Siregar

یَاْتُوكَ بِكُلِّ سَاحِرٍ عَلٖیمٍ

Opdat zij alle vaardige tovenaars tot u brengen

Siregar

وَجَٓاءَ السَّحَرَةُ فِرْعَوْنَ قَالُٓوا اِنَّ لَنَا لَاَجْرًا اِنْ كُنَّا نَحْنُ الْغَالِبٖینَ

En de tovenaars kwamen tot Fir'aun, zij zeiden: "Voorwaar, is er voor ons zeker een beloning als wij de winnaars zijn

Siregar

قَالَ نَعَمْ وَاِنَّكُمْ لَمِنَ الْمُقَرَّبٖینَ

Hij (Fir'aun) zei: "Ja, en voorwaar, jullie zullen tot de nabijen behoren

Siregar

قَالُوا یَا مُوسٰٓى اِمَّٓا اَنْ تُلْقِیَ وَاِمَّٓا اَنْ نَكُونَ نَحْنُ الْمُلْقٖینَ

Zij zeiden: "O Môesa, wep jij (eerst) of werpen wij

Siregar

قَالَ اَلْقُواۚ فَلَمَّٓا اَلْقَوْا سَحَرُٓوا اَعْیُنَ النَّاسِ وَاسْتَرْهَبُوهُمْ وَجَٓاؤُ𐻿 بِسِحْرٍ عَظٖیمٍ

Hij zei: "Werpt." Toen zij dan wierpen, betoverden zij de ogen van de mensen en joegen hen angst aan met geweldige tovenarij

Siregar

وَاَوْحَیْنَٓا اِلٰى مُوسٰٓى اَنْ اَلْقِ عَصَاكَۚ فَاِذَا هِیَ تَلْقَفُ مَا یَاْفِكُونَۚ

En Wij openbaarden aan Môesa: "Werp jouw staf!" En toen verslond deze wat zij met hun bedrog hadden gemaakt

Siregar

فَوَقَعَ الْحَقُّ وَبَطَلَ مَا كَانُوا یَعْمَلُونَۚ

Toen werd de Wacheid duidelijk, en bleek wat zij (de tovenaars) plachten te doen valsheid te zijn

Siregar

فَغُلِبُوا هُنَالِكَ وَانْقَلَبُوا صَاغِرٖینَۚ

Zij werden daar verslagen, en zij keerden vernederd terug

Siregar

وَاُلْقِیَ السَّحَرَةُ سَاجِدٖینَۚ

En de (tot inkeer gekomen) tovenaars wierpen zich (als in de shalât) neer

Siregar

0:00
0:00