89. Al-Fajr

الْفَجْرِ

فَاَمَّا الْاِنْسَانُ اِذَا مَا ابْتَلٰیهُ رَبُّهُ فَاَكْرَمَهُ وَنَعَّمَهُ فَیَقُولُ رَبّٖٓی اَكْرَمَنِؕ

Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem op de proef stelt en hem aanzien geeft en hem genietingen schenkt, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij geëerd

Siregar

وَاَمَّٓا اِذَا مَا ابْتَلٰیهُ فَقَدَرَ عَلَیْهِ رِزْقَهُ فَیَقُولُ رَبّٖٓی اَهَانَنِۚ

Maar wanneer Hij hem beproeft, en dan zijn voorzieningen beperkt, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij vernederd

Siregar

كَلَّا بَلْ لَا تُكْرِمُونَ الْیَتٖیمَۙ

Nee! Jullie ondersteunen immers de wees niet

Siregar

وَلَا تَحَٓاضُّونَ عَلٰى طَعَامِ الْمِسْكٖینِۙ

En jullie sporen elkaar niet aan tot het voeden van de behoeftigen

Siregar

وَتَاْكُلُونَ التُّرَاثَ اَكْلًا لَمًّاۙ

En jullie verteren het erfdeel inhalig

Siregar

وَتُحِبُّونَ الْمَالَ حُبًّا جَمًّاؕ

En jullie beminnen het bezit met overdreven liefde

Siregar

كَلَّٓا اِذَا دُكَّتِ الْاَرْضُ دَكًّا دَكًّاۙ

Nee, wanneer de aarde met klappen verpulverd wordt

Siregar

وَجَٓاءَ رَبُّكَ وَالْمَلَكُ صَفًّا صَفًّاۚ

En jouw Heer komt, en de Engelen, rij na rij

Siregar

وَجٖٓیءَ یَوْمَئِذٍ بِجَهَنَّمَ یَوْمَئِذٍ یَتَذَكَّرُ الْاِنْسَانُ وَاَنّٰى لَهُ الذِّكْرٰىؕ

En op de Dag dat de Hel wordt getoond, op die Dag zal de mens zich (zijn slechte daden) herinneren, maar wat baat hem dan nog de herinnering

Siregar

یَقُولُ یَا لَیْتَنٖی قَدَّمْتُ لِحَیَاتٖیۚ

Hij zegt: "Wee, had ik maar goede (daden) verricht tijdens mijn leven

Siregar

فَیَوْمَئِذٍ لَا یُعَذِّبُ عَذَابَهُٓ اَحَدٌۙ

Maar op die Dag is er niemand die straft zoals Hij

Siregar

وَلَا یُوثِقُ وَثَاقَهُٓ اَحَدٌؕ

En niemand knevelt zoals Hij knevelt

Siregar

یَٓا اَیَّتُهَا النَّفْسُ الْمُطْمَئِنَّةُࣗ

O tot rust gekomen ziel

Siregar

اِرْجِعٖٓی اِلٰى رَبِّكِ رَاضِیَةً مَرْضِیَّةًۚ

Keer terug tot jouw Heer, behaagd en welbehaagd (ontvangen door Hem)

Siregar

فَادْخُلٖی فٖی عِبَادٖیۙ

En treed binnen onder Mijn dienaren

Siregar

وَادْخُلٖی جَنَّتٖی

En treed binnen in Mijn Paradijs

Siregar

0:00
0:00