Mushafim

19. Maryam

مَرْيَمَ

وَاَنْذِرْهُمْ یَوْمَ الْحَسْرَةِ اِذْ قُضِیَ الْاَمْرُۚ وَهُمْ فٖی غَفْلَةٍ وَهُمْ لَا یُؤْمِنُونَ

En waarschuw hen voor de Dag van spijt, wanneer de zaak bepaald is; zij zijn onachtzaam en zij geloven niet

Siregar

اِنَّا نَحْنُ نَرِثُ الْاَرْضَ وَمَنْ عَلَیْهَا وَاِلَیْنَا یُرْجَعُونَࣖ

Voorwaar, Wij erven de aarde en een ieder die zich daarop bevindt. En tot Ons zullen zij weerkeren

Siregar

وَاذْكُرْ فِی الْكِتَابِ اِبْرٰهٖیمَؕ اِنَّهُ كَانَ صِدّٖیقًا نَبِیًّا

En vertel (O Moehammad) in het Boek over lbrâhîm: hij was waarheidsgetrouw, een Profeet

Siregar

اِذْ قَالَ لِاَبٖیهِ یَٓا اَبَتِ لِمَ تَعْبُدُ مَا لَا یَسْمَعُ وَلَا یُبْصِرُ وَلَا یُغْنٖی عَنْكَ شَیْـًٔا

(Gedenk) toen hij tot zijn vader zei: "O mijn vader, waarom aanbidt u iets dat niet hoort, niet ziet en u niets baat

Siregar

یَٓا اَبَتِ اِنّٖی قَدْ جَٓاءَنٖی مِنَ الْعِلْمِ مَا لَمْ یَاْتِكَ فَاتَّبِعْنٖٓی اَهْدِكَ صِرَاطًا سَوِیًّا

O mijn vader, er is waarlijk kennis tot mij gekomen, die niet tot u kwam. Dus volg mij, dan leid ik u op het rechte Pad

Siregar

یَٓا اَبَتِ لَا تَعْبُدِ الشَّیْطَانَؕ اِنَّ الشَّیْطَانَ كَانَ لِلرَّحْمٰنِ عَصِیًّا

O mijn vader, gehoorzaam de Satan niet: voorwaar, de Satan is opstandig tegen de Barmhartige

Siregar

یَٓا اَبَتِ اِنّٖٓی اَخَافُ اَنْ یَمَسَّكَ عَذَابٌ مِنَ الرَّحْمٰنِ فَتَكُونَ لِلشَّیْطَانِ وَلِیًّا

O mijn vader, ik ben bang dat een bestraffing van de Barmhartige u zig treffen, dan zal u een helper van de Satan worden

Siregar

قَالَ اَرَاغِبٌ اَنْتَ عَنْ اٰلِهَتٖی یَٓا اِبْرٰهٖیمُۚ لَئِنْ لَمْ تَنْتَهِ𐻾 لَاَرْجُمَنَّكَ وَاهْجُرْنٖی مَلِیًّا

Hij zei: "Haatjij mijn poden. O (Ibrâhîm? Als jij niet ophoudt, zal ik jou zeker stenigen. Ga bij mij vandaan voor een lange tijd)

Siregar

قَالَ سَلَامٌ عَلَیْكَۚ سَاَسْتَغْفِرُ لَكَ رَبّٖیؕ اِنَّهُ كَانَ بٖی حَفِیًّا

Hij (Ibrâhîm) zei: "Vrede zij met u, ik zal vergeving voor u vragen bij mijn Heer: voorwaar, Hij is altijd mild voor mij

Siregar

وَاَعْتَزِلُكُمْ وَمَا تَدْعُونَ مِنْ دُونِ اللّٰهِ وَاَدْعُوا رَبّٖیؗ عَسٰٓى اَلَّٓا اَكُونَ بِدُعَٓاءِ رَبّٖی شَقِیًّا

En ik zal weggaan van jullie en van wat jullie naast Allah aanbidden. En ik zal bij mijn Heer smeken, moge ik niet teleurgesteld zijn in mijn smeekbeden aan mijn Heer

Siregar

فَلَمَّا اعْتَزَلَهُمْ وَمَا یَعْبُدُونَ مِنْ دُونِ اللّٰهِۙ وَهَبْنَا لَهُٓ اِسْحٰقَ وَیَعْقُوبَؕ وَكُلًّا جَعَلْنَا نَبِیًّا

En toen hij van hen wegging en van wat zij naast Allah aanbaden, schonken Wij hem Ishâq en Ya'qôeb en Wij maakten leder van hen een Profeet

Siregar

وَوَهَبْنَا لَهُمْ مِنْ رَحْمَتِنَا وَجَعَلْنَا لَهُمْ لِسَانَ صِدْقٍ عَلِیًّاࣖ

En Wij schonken hun van Onze Barmhartigheid en Wij maakten hen geëerd, verheven

Siregar

وَاذْكُرْ فِی الْكِتَابِ مُوسٰىؗ اِنَّهُ كَانَ مُخْلَصًا وَكَانَ رَسُولًا نَبِیًّا

En vertel (O Moehammad) in het Boek over Môesa: hij was een uitverkorene en hij was een Boodschapper, een Profeet

Siregar

0:00
0:00