وَنَادَیْنَاهُ مِنْ جَانِبِ الطُّورِ الْاَیْمَنِ وَقَرَّبْنَاهُ نَجِیًّا
En Wij riepen hem van de rechterzijde van (de berg) Thôer en Wij brachten hem dichterbij Ons, zachtjes smekend
Siregar
مَرْيَمَ
وَنَادَیْنَاهُ مِنْ جَانِبِ الطُّورِ الْاَیْمَنِ وَقَرَّبْنَاهُ نَجِیًّا
En Wij riepen hem van de rechterzijde van (de berg) Thôer en Wij brachten hem dichterbij Ons, zachtjes smekend
Siregar
وَوَهَبْنَا لَهُ مِنْ رَحْمَتِنَٓا اَخَاهُ هٰرُونَ نَبِیًّا
En Wij schonken hem van Onze Barnhartigheid zijn broeder Hârôen, een Profeet
Siregar
وَاذْكُرْ فِی الْكِتَابِ اِسْمٰعٖیلَؗ اِنَّهُ كَانَ صَادِقَ الْوَعْدِ وَكَانَ رَسُولًا نَبِیًّاۚ
En vertel in het Boek over Ismâ'îl: hij was trouw aan zijn beloften en hij was een Boodschapper, een Profeet
Siregar
وَكَانَ یَاْمُرُ اَهْلَهُ بِالصَّلٰوةِ وَالزَّكٰوةِࣕ وَكَانَ عِنْدَ رَبِّهٖ مَرْضِیًّا
En hij placht zijn familie de shalât en de zakât te bevelen en hij vond welbehagen bij zijn Heer
Siregar
وَاذْكُرْ فِی الْكِتَابِ اِدْرٖیسَؗ اِنَّهُ كَانَ صِدّٖیقًا نَبِیًّاࣗ
En vertel in het Boek over Isrîs: hij was een oprechte, een Profeet
Siregar
وَرَفَعْنَاهُ مَكَانًا عَلِیًّا
En Wij verhieven hem in een verheven positie
Siregar
اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ اَنْعَمَ اللّٰهُ عَلَیْهِمْ مِنَ النَّبِیّٖنَ مِنْ ذُرِّیَّةِ اٰدَمَ وَمِمَّنْ حَمَلْنَا مَعَ نُوحٍؗ وَمِنْ ذُرِّیَّةِ اِبْرٰهٖیمَ وَاِسْرَٓایٖٔلَ وَمِمَّنْ هَدَیْنَا وَاجْتَبَیْنَاؕ اِذَا تُتْلٰى عَلَیْهِمْ اٰیَاتُ الرَّحْمٰنِ خَرُّوا سُجَّدًا وَبُكِیًّا
Zij zijn degenen die Allah begenadigd heeft onder de Profeten van de nakomelingen van Adam en degenen die Wij met Nôeh (in de ark) droegen en onder de nakomelingen van Ibrâhîm en Isrâ'îl en onder hen die Wij geleid en uitgekozen hebben. Wanneer aan ben de Verzen van de Barmhartige worden voorgedragen, buigen zij knielend neer en huilen
Siregar
فَخَلَفَ مِنْ بَعْدِهِمْ خَلْفٌ اَضَاعُوا الصَّلٰوةَ وَاتَّبَعُوا الشَّهَوَاتِ فَسَوْفَ یَلْقَوْنَ غَیًّاۙ
Maar na ben volgden andere generaties, die de shalât achterwege lieten en de begeerten volgden. Daarom zullen zij verlies tegemoet zien
Siregar
اِلَّا مَنْ تَابَ وَاٰمَنَ وَعَمِلَ صَالِحًا فَاُو𐻾لٰٓئِكَ یَدْخُلُونَ الْجَنَّةَ وَلَا یُظْلَمُونَ شَیْـًٔاۙ
Behalve wie berouw toont en gelooft en goede daden verricht. Zij zijn het die het Paradijs zullen binnentreden en hun zal geen onkel onrecht aangedaan worden
Siregar
جَنَّاتِ عَدْنٍࣙ الَّتٖی وَعَدَ الرَّحْمٰنُ عِبَادَهُ بِالْغَیْبِؕ اِنَّهُ كَانَ وَعْدُهُ مَاْتِیًّا
Tuinen van 'Adn (het Paradijs) die de Barmhartige aan zijn dienaren in het onwaarneembare beloofde. Voorwaar, (de vervulling van) Zijn belofse vindt zeker plaats
Siregar
لَا یَسْمَعُونَ فٖیهَا لَغْوًا اِلَّا سَلَامًاؕ وَلَهُمْ رِزْقُهُمْ فٖیهَا بُكْرَةً وَعَشِیًّا
Zij zullen daarin geen onzinnige gesprekken horen, maar slechts 'Vrede' en daarin is voor hen levensonderhoud, 's ochtends en 's avonds
Siregar
تِلْكَ الْجَنَّةُ الَّتٖی نُورِثُ مِنْ عِبَادِنَا مَنْ كَانَ تَقِیًّا
Dat is het Paradijs dat Wij Onze dienaren die (Allah) vrezen doen erven
Siregar
وَمَا نَتَنَزَّلُ اِلَّا بِاَمْرِ رَبِّكَۚ لَهُ مَا بَیْنَ اَیْدٖینَا وَمَا خَلْفَنَا وَمَا بَیْنَ ذٰلِكَۚ وَمَا كَانَ رَبُّكَ نَسِیًّاۚ
Wij (Engelen) dalen slechts op bevel van jouw Heer neer. Aan Hem behoort alles wat voor ons is en wat achter ons is en wat ertussen is. En jouw Heer is niet vergeetachtig
Siregar