قَالُوا یَا مُوسٰٓى اِمَّٓا اَنْ تُلْقِیَ وَاِمَّٓا اَنْ نَكُونَ اَوَّلَ مَنْ اَلْقٰى
Zij zeiden: "O Môesa, of jij werpt, of zijn wij het die het eerst werpen
Siregar
طٰهٰ
قَالُوا یَا مُوسٰٓى اِمَّٓا اَنْ تُلْقِیَ وَاِمَّٓا اَنْ نَكُونَ اَوَّلَ مَنْ اَلْقٰى
Zij zeiden: "O Môesa, of jij werpt, of zijn wij het die het eerst werpen
Siregar
قَالَ بَلْ اَلْقُواۚ فَاِذَا حِبَالُهُمْ وَعِصِیُّهُمْ یُخَیَّلُ اِلَیْهِ مِنْ سِحْرِهِمْ اَنَّهَا تَسْعٰى
Hij zei: "Werpt maar." En toen scheen het hem toe dat hun touwen en hun staven zich door hun tovenarij voortbewogen
Siregar
فَاَوْجَسَ فٖی نَفْسِهٖ خٖیفَةً مُوسٰى
Toen voelde Môesa vrees in zich opkomen
Siregar
قُلْنَا لَا تَخَفْ اِنَّكَ اَنْتَ الْاَعْلٰى
Wij (Allah) zeiden: "Vrees niet! Voorwaar, jij zult de overhand krijgen
Siregar
وَاَلْقِ مَا فٖی یَمٖینِكَ تَلْقَفْ مَا صَنَعُواؕ اِنَّمَا صَنَعُوا كَیْدُ سَاحِرٍؕ وَلَا یُفْلِحُ السَّاحِرُ حَیْثُ اَتٰى
Werp neer wat in jouw rechterhand is, het zal wat zij wrochtten verslinden. Voorwaar, wat zij wrochtten is slechts een list van een tovenaar. En de tovenaar wint niet, hoe hij het ook doet
Siregar
فَاُلْقِیَ السَّحَرَةُ سُجَّدًا قَالُٓوا اٰمَنَّا بِرَبِّ هٰرُونَ وَمُوسٰى
Toen werden de tovenaars op hun knieën neergeworpen, zij zeiden: "Wij geloven in de Heer van Hârôen en Môesa
Siregar
قَالَ اٰمَنْتُمْ لَهُ قَبْلَ اَنْ اٰذَنَ لَكُمْؕ اِنَّهُ لَكَبٖیرُكُمُ الَّذٖی عَلَّمَكُمُ السِّحْرَۚ فَلَاُقَطِّعَنَّ اَیْدِیَكُمْ وَاَرْجُلَكُمْ مِنْ خِلَافٍ وَلَاُصَلِّبَنَّكُمْ فٖی جُذُوعِ النَّخْلِؗ وَلَتَعْلَمُنَّ اَیُّنَٓا اَشَدُّ عَذَابًا وَاَبْقٰى
Hij (Fir'aun) zei: "Geloven jullie hem voordat ik jullie toestemming gegeven heb? Voorwaar, hij is zeker jullie meester die jullie tovenarij onderwezen heeft. Ik zal zeker jullie handen en voeten aan tegenovergestelde kanten afhakken en ik zal jullie zeker kruisigen aan de stammen van palmbomen! En jullie zullen zeker weten wie van ons strenger en blijvender is wat betreft bestraffing
Siregar
قَالُوا لَنْ نُؤْثِرَكَ عَلٰى مَا جَٓاءَنَا مِنَ الْبَیِّنَاتِ وَالَّذٖی فَطَرَنَا فَاقْضِ مَٓا اَنْتَ قَاضٍؕ اِنَّمَا تَقْضٖی هٰذِهِ الْحَیٰوةَ الدُّنْیَاؕ
Zij zeiden: "Wij zullen jou nooit verkiezen boven de duidelijke Tekenen die tot ons gekomen zijn en Degene Die ons geschapen heeft. Besluit daarom wat je besluit is: voorwaar, wat jij ook besluit, dat is van het wereldse leven
Siregar
اِنَّٓا اٰمَنَّا بِرَبِّنَا لِیَغْفِرَ لَنَا خَطَایَانَا وَمَٓا اَكْرَهْتَنَا عَلَیْهِ مِنَ السِّحْرِؕ وَاللّٰهُ خَیْرٌ وَاَبْقٰى
Voorwaar, wij geloven in onze Heer, opdat Hij onze zonden zal vergeven en (ook) de tovenarij, waartoe jij ons gedwongen hebt. En Allah is beter (in het belonen) en blijvender (in de bestraffinjg)
Siregar
اِنَّهُ مَنْ یَاْتِ رَبَّهُ مُجْرِمًا فَاِنَّ لَهُ جَهَنَّمَؕ لَا یَمُوتُ فٖیهَا وَلَا یَحْیٰى
Voorwaar, wie als een zondaar war zijn Heer komt, voor hem is zeker de Hel, waarin hij noch leeft noch sterft
Siregar
وَمَنْ یَاْتِهٖ مُؤْمِنًا قَدْ عَمِلَ الصَّالِحَاتِ فَاُو𐻾لٰٓئِكَ لَهُمُ الدَّرَجَاتُ الْعُلٰىۙ
En zij die als gelovigen naar Hem komen en waarlijk goede daden verrichten: zij zijn degenen die de hoge rangen krijgen
Siregar
جَنَّاتُ عَدْنٍ تَجْرٖی مِنْ تَحْتِهَا الْاَنْهَارُ خَالِدٖینَ فٖیهَاؕ وَذٰلِكَ جَزٰٓؤُ𐻾ا مَنْ تَزَكّٰىࣖ
De Tuinen van 'Adn ( het Paradijs), waar onder door de rivieren stromen, zij zijn eeuwig levenden darin. Dat is de beloning voor wie zich reinigt
Siregar