Mushafim

20. Taha

طٰهٰ

وَلَقَدْ اَوْحَیْنَٓا اِلٰى مُوسٰٓى اَنْ اَسْرِ بِعِبَادٖی فَاضْرِبْ لَهُمْ طَرٖیقًا فِی الْبَحْرِ یَبَسًاۚ لَا تَخَافُ دَرَكًا وَلَا تَخْشٰى

En voorzeker, Wij hebben aan Môesa geopenbaard: "Reis in de nacht met Mijn dienaren en sla (met je staf) voor hen een droge weg door de zee. Wees niet bang om bereikt te worden en wees niet angstig

Siregar

فَاَتْبَعَهُمْ فِرْعَوْنُ بِجُنُودِهٖ فَغَشِیَهُمْ مِنَ الْیَمِّ مَا غَشِیَهُمْؕ

Toen volgde Fir'aun hen met zijn legers, daarop werden zij bedekt door de vloedgolf die over hen kwam

Siregar

وَاَضَلَّ فِرْعَوْنُ قَوْمَهُ وَمَا هَدٰى

En Fir'aun deed zijn volk dwalen en leidde hen niet

Siregar

یَا بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَ قَدْ اَنْجَیْنَاكُمْ مِنْ عَدُوِّكُمْ وَوٰعَدْنَاكُمْ جَانِبَ الطُّورِ الْاَیْمَنَ وَنَزَّلْنَا عَلَیْكُمُ الْمَنَّ وَالسَّلْوٰى

O Kinderen van Israël, Wij hebben jullie waarlijk van jullie vijand gered en Wij sloten een verbond met jullie bij de rechterzijde van (de berg) Thôer en Wij deden Manna en kwartels voor jullie neerdalen

Siregar

كُلُوا مِنْ طَیِّبَاتِ مَا رَزَقْنَاكُمْ وَلَا تَطْغَوْا فٖیهِ فَیَحِلَّ عَلَیْكُمْ غَضَبٖیۚ وَمَنْ یَحْلِلْ عَلَیْهِ غَضَبٖی فَقَدْ هَوٰى

Eet van de gome dingen, waarmee Wij jullie hebben voorzien en overdrijft niet zodat Mijn woede jullie niet treft. En wie door Mijn woede getroffen wordt zal waarlijk ten onder gaan

Siregar

وَاِنّٖی لَغَفَّارٌ لِمَنْ تَابَ وَاٰمَنَ وَعَمِلَ صَالِحًا ثُمَّ اهْتَدٰى

En voorwaar, Ik ben zeker een Vergevensgezinde voor degene die berouw toonde en geloofde en goede daden verrichtte en vervolgens Leiding volgde

Siregar

وَمَٓا اَعْجَلَكَ عَنْ قَوْمِكَ یَا مُوسٰى

(Allah zei:) "En wat heeft jou je van jouw volk doen weghaasten, O Môesa

Siregar

قَالَ هُمْ اُو𐻾لَٓاءِ عَلٰٓى اَثَرٖی وَعَجِلْتُ اِلَیْكَ رَبِّ لِتَرْضٰى

Hij zei: "Zij volgen in mijn voetstappen en ik haastte mij naar U, O mijn Heer, om door U behaagd te worden

Siregar

قَالَ فَاِنَّا قَدْ فَتَنَّا قَوْمَكَ مِنْ بَعْدِكَ وَاَضَلَّهُمُ السَّامِرِیُّ

Hij (Allah) zei: "Wij hebben jou op de proef gesteld nadat jij (vertrok) en de Sâmirî bracht hen tot dwaling

Siregar

فَرَجَعَ مُوسٰٓى اِلٰى قَوْمِهٖ غَضْبَانَ اَسِفًاۚ قَالَ یَا قَوْمِ اَلَمْ یَعِدْكُمْ رَبُّكُمْ وَعْدًا حَسَنًاؕ اَفَطَالَ عَلَیْكُمُ الْعَهْدُ اَمْ اَرَدْتُمْ اَنْ یَحِلَّ عَلَیْكُمْ غَضَبٌ مِنْ رَبِّكُمْ فَاَخْلَفْتُمْ مَوْعِدٖی

Toen keerde Môesa terug naar zijn volk, woedend en vol spijt, en zei. "O mijn volk, heeft jullie Heer jullie geen goede belofte gedaan? Duurde (de vervulling van) de belofte te lang of wilden jullie dat de woede van jullie Heer jullie trof, zodat jullie mijn afspraak (met jullie) afzegden

Siregar

قَالُوا مَٓا اَخْلَفْنَا مَوْعِدَكَ بِمَلْكِنَا وَلٰكِنَّا حُمِّلْنَٓا اَوْزَارًا مِنْ زٖینَةِ الْقَوْمِ فَقَذَفْنَاهَا فَكَذٰلِكَ اَلْقَى السَّامِرِیُّۙ

Zij zeiden: "Wij hebben de afspraak met jou niet uit vrije wil afgezegd, maar wij werden belast met ladingen sieraden van het volk. Toen gooiden wij die (in het vuur), net zoals de Sâmirî (ze in het vuur) wierp

Siregar

0:00
0:00