Mushafim

21. Al-Anbya

الْاَنْبِيَاءِ

قُلْ اِنَّمَٓا اُنْذِرُكُمْ بِالْوَحْیِؗ وَلَا یَسْمَعُ الصُّمُّ الدُّعَٓاءَ اِذَا مَا یُنْذَرُونَ

Zeg: "Voorwaar, ik waarschuw jullie slechts met de Openbaring." Maar de doven luisteren niet naar de oproep, zelfs (niet) wanneer zij gewaarschuwd worden

Siregar

وَلَئِنْ مَسَّتْهُمْ نَفْحَةٌ مِنْ عَذَابِ رَبِّكَ لَیَقُولُنَّ یَا وَیْلَنَٓا اِنَّا كُنَّا ظَالِمٖینَ

En als ook maar een adem van de bestraffing van jouw Heer ben trek zeggen zij zeker: "Wee ons! Voorwaar, wij waren onrechtvaardigen

Siregar

وَنَضَعُ الْمَوَازٖینَ الْقِسْطَ لِیَوْمِ الْقِیٰمَةِ فَلَا تُظْلَمُ نَفْسٌ شَیْـًٔاؕ وَاِنْ كَانَ مِثْقَالَ حَبَّةٍ مِنْ خَرْدَلٍ اَتَیْنَا بِهَاؕ وَكَفٰى بِنَا حَاسِبٖینَ

En Wij zullen betrouwbare weegschalen opstellen op de Dag der Opstanding, zodat geen ziet iets van onrecht aangedaan wordt. En al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje: Wij zullen het naar voren brengen. En Wij zijn voldoende als Berekenaars

Siregar

وَلَقَدْ اٰتَیْنَا مُوسٰى وَهٰرُونَ الْفُرْقَانَ وَضِیَٓاءً وَذِكْرًا لِلْمُتَّقٖینَۙ

En voorzeker hebben Wij aan Môesa en Hârôen een Foerqân gegeven, als een verheidering en een Vemaning voor de Moettaqôen

Siregar

اَلَّذٖینَ یَخْشَوْنَ رَبَّهُمْ بِالْغَیْبِ وَهُمْ مِنَ السَّاعَةِ مُشْفِقُونَ

Degenen die voor kun Heer vrezen in het verborgene. En zij zijn bang voor het Uur

Siregar

وَهٰذَا ذِكْرٌ مُبَارَكٌ اَنْزَلْنَاهُؕ اَفَاَنْتُمْ لَهُ مُنْكِرُونَࣖ

En dit is een gezegende Vermaning, die Wij neerzonden. Zullen jullie haar dan verwerpen

Siregar

وَلَقَدْ اٰتَیْنَٓا اِبْرٰهٖیمَ رُشْدَهُ مِنْ قَبْلُ وَكُنَّا بِهٖ عَالِمٖینَۚ

En voorzeker gaven Wij vroeger Ibrâhîm zijn rechtgeleidheid en Wij waren bekend met hem

Siregar

اِذْ قَالَ لِاَبٖیهِ وَقَوْمِهٖ مَا هٰذِهِ التَّمَاثٖیلُ الَّتٖٓی اَنْتُمْ لَهَا عَاكِفُونَ

(Gedenkt) toen hij tegen zijn vader en zijn voik zei: "Wat zijn dat voor beelden, die jullie aanbidden

Siregar

قَالُوا وَجَدْنَٓا اٰبَٓاءَنَا لَهَا عَابِدٖینَ

Zij zeiden: "Wij vonden dat onze vaderen hen aanbaden

Siregar

قَالَ لَقَدْ كُنْتُمْ اَنْتُمْ وَاٰبَٓاؤُ𐻾كُمْ فٖی ضَلَالٍ مُبٖینٍ

Hij zei: "Voorzeker, jullie en jullie vaderen verkeren in duidelijke dwaling

Siregar

قَالُٓوا اَجِئْتَنَا بِالْحَقِّ اَمْ اَنْتَ مِنَ اللَّاعِبٖینَ

Zij zeiden: "Ben jij naar ons gekomen met de Waarheid, of behoor jij tot hen die spotten

Siregar

قَالَ بَلْ رَبُّكُمْ رَبُّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ الَّذٖی فَطَرَهُنَّؗ وَاَنَا𐻾 عَلٰى ذٰلِكُمْ مِنَ الشَّاهِدٖینَ

Hij zei "Integendeel, jullie Heer is de Heer van de hemelen en de aarde, die Hij geschapen heeft. En ik behoor tot degenen die daarvan getuigen

Siregar

وَتَاللّٰهِ لَاَكٖیدَنَّ اَصْنَامَكُمْ بَعْدَ اَنْ تُوَلُّوا مُدْبِرٖینَ

Bij Allah, ik zal zeker een plan beramen tegen jullie afgoden, nadat jullie weggaan, jullie ruggen toekerend

Siregar

0:00
0:00