Mushafim

23. Al-Mu'minun

الْمُؤْمِنُونَ

مَا تَسْبِقُ مِنْ اُمَّةٍ اَجَلَهَا وَمَا یَسْتَاْخِرُونَؕ

Geen gemeenschap is in staat om haar vastgestelde tijdstip te vervroegen of uit te stellen

Siregar

ثُمَّ اَرْسَلْنَا رُسُلَنَا تَتْرَاؕ كُلَّمَا جَٓاءَ اُمَّةً رَسُولُهَا كَذَّبُوهُ فَاَتْبَعْنَا بَعْضَهُمْ بَعْضًا وَجَعَلْنَاهُمْ اَحَادٖیثَۚ فَبُعْدًا لِقَوْمٍ لَا یُؤْمِنُونَ

Vervolgens stuurden Wij Onze Boodschappers, elkaar opvolgend. Telkens wanneer hun Boodschapper naar een gemeenschap kwam, loochenden zij hem. Toen deden Wij hen elkaar opvolgen (in de ondcrgang) en Wij maakten hen tot onderwerp van verhalen. Ten onder gaat het volk dat niet gelooft

Siregar

ثُمَّ اَرْسَلْنَا مُوسٰى وَاَخَاهُ هٰرُونَ بِاٰیَاتِنَا وَسُلْطَانٍ مُبٖینٍۙ

Daarna zonden Wij Môesa en zijn broeder Hârôen met Onze Tekenen en een duidelijk Bewijs

Siregar

اِلٰى فِرْعَوْنَ وَمَلَا𐻾ئِهٖ فَاسْتَكْبَرُوا وَكَانُوا قَوْمًا عَالٖینَۚ

Naar Fir`aun en zijn vooraanstaanden. En zij waren hoogmoedig en zij waren een hooghartig volk

Siregar

فَقَالُٓوا اَنُؤْمِنُ لِبَشَرَیْنِ مِثْلِنَا وَقَوْمُهُمَا لَنَا عَابِدُونَۚ

En zij zeiden: "Zouden wij die twee mensen, die zijn zoals wij, geloven, terwijl hun volk voor ons dienaren is

Siregar

فَكَذَّبُوهُمَا فَكَانُوا مِنَ الْمُهْلَكٖینَ

Daarom loochenden zij hen beiden en behoorden toen tot de vernietigden

Siregar

وَلَقَدْ اٰتَیْنَا مُوسَى الْكِتَابَ لَعَلَّهُمْ یَهْتَدُونَ

En voorzeker, wij hebben aan Môesa de Schrift (de Taurât) gegeven. Hopelijk zullen zij Leiding volgen

Siregar

وَجَعَلْنَا ابْنَ مَرْیَمَ وَاُمَّهُٓ اٰیَةً وَاٰوَیْنَاهُمَٓا اِلٰى رَبْوَةٍ ذَاتِ قَرَارٍ وَمَعٖینٍࣖ

En Wij maakten de zoon van Maryam en zijn moeder tot een Teken en Wij gaven hun een onderkomen op een hoogplegen plaats, bewoonbaar met stromend water

Siregar

یَٓا اَیُّهَا الرُّسُلُ كُلُوا مِنَ الطَّیِّبَاتِ وَاعْمَلُوا صَالِحًاؕ اِنّٖی بِمَا تَعْمَلُونَ عَلٖیمٌؕ

O Boodschappers, eet van de goede zaken en verricht goede daden. Voorwaar, Ik ben Alwetend over wat jullie doen

Siregar

وَاِنَّ هٰذِهٖٓ اُمَّتُكُمْ اُمَّةً وَاحِدَةً وَاَنَا𐻾 رَبُّكُمْ فَاتَّقُونِ

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom

Siregar

فَتَقَطَّعُٓوا اَمْرَهُمْ بَیْنَهُمْ زُبُرًاؕ كُلُّ حِزْبٍ بِمَا لَدَیْهِمْ فَرِحُونَ

Toen raakten zij onderling verdeeld in verschilende groepen over hun zaak (van hun godsdienst). Elke groep was blij met wat zij hadden

Siregar

فَذَرْهُمْ فٖی غَمْرَتِهِمْ حَتّٰى حٖینٍ

Laat ben daarom in hun dwaling tot een bepaald tijdstip

Siregar

اَیَحْسَبُونَ اَنَّمَا نُمِدُّهُمْ بِهٖ مِنْ مَالٍ وَبَنٖینَۙ

Denken zij dat omdat Wij hen rijkdom en kinderen gegeven hebben

Siregar

نُسَارِعُ لَهُمْ فِی الْخَیْرَاتِؕ بَلْ لَا یَشْعُرُونَ

Wij Om voor hen haasten in (het schenken van) de goede zaken? Nee, maar zij beseffen het niet

Siregar

اِنَّ الَّذٖینَ هُمْ مِنْ خَشْیَةِ رَبِّهِمْ مُشْفِقُونَۙ

Voorwaar, degenen van hen die bedachtzaam zijn vanwege hun ontzag voor Allah

Siregar

وَالَّذٖینَ هُمْ بِاٰیَاتِ رَبِّهِمْ یُؤْمِنُونَۙ

En degenen die in de Verzen van hun Heer geloven

Siregar

وَالَّذٖینَ هُمْ بِرَبِّهِمْ لَا یُشْرِكُونَۙ

En degenen die hun Heer geen deelgenoten toekennen

Siregar

0:00
0:00