52. At-Tur

الطُّورِ

اَفَسِحْرٌ هٰذَٓا اَمْ اَنْتُمْ لَا تُبْصِرُونَ

Is dit dan toverij? Of kunnen jullie niet zien

Siregar

اِصْلَوْهَا فَاصْبِرُٓوا اَوْ لَا تَصْبِرُواۚ سَوَٓاءٌ عَلَیْكُمْؕ اِنَّمَا تُجْزَوْنَ مَا كُنْتُمْ تَعْمَلُونَ

Gaat haar binnen en weest geduldig of weest ongeduldig; het zal voor jullie niets uitmaken. Voorwaar, jullie worden slechts vergolden naar wat jullie plachten te verrichtten

Siregar

اِنَّ الْمُتَّقٖینَ فٖی جَنَّاتٍ وَنَعٖیمٍۙ

Voorwaar, de Moettaqôen bevinden zich in Tuinen (het Paradijs) en in genietingen

Siregar

فَاكِهٖینَ بِمَٓا اٰتٰیهُمْ رَبُّهُمْۚ وَوَقٰیهُمْ رَبُّهُمْ عَذَابَ الْجَحٖیمِ

Zich verheugend over wat hun Heer hun heeft gegeven. En hun Heer heeft hen behoed voor de straf van de Hel

Siregar

كُلُوا وَاشْرَبُوا هَنٖٓیـًٔا بِمَا كُنْتُمْ تَعْمَلُونَۙ

(Er wordt gezegd:) "Eet en drinkt smakelijk wegens wat jullie plachten te verrichten

Siregar

مُتَّكِــٖٔینَ عَلٰى سُرُرٍ مَصْفُوفَةٍۚ وَزَوَّجْنَاهُمْ بِحُورٍ عٖینٍ

Leunend op rustbanken, tegenover elkaar. En Wij zullen hen huwen met schone maagden

Siregar

وَالَّذٖینَ اٰمَنُوا وَاتَّبَعَتْهُمْ ذُرِّیَّتُهُمْ بِاٖیمَانٍ اَلْحَقْنَا بِهِمْ ذُرِّیَّتَهُمْ وَمَٓا اَلَتْنَاهُمْ مِنْ عَمَلِهِمْ مِنْ شَیْءٍؕ كُلُّ امْرِئٍ بِمَا كَسَبَ رَهٖینٌ

En degenen die geloven en die in het geloof gevolgd worden door hun nakomelingen: Wij voegen hun nakomelingen bij hen en Wij verminderen (de beloning voor) hun daden niet. Ieder mens staat borg voor wat hij verrichtte

Siregar

وَاَمْدَدْنَاهُمْ بِفَاكِهَةٍ وَلَحْمٍ مِمَّا یَشْتَهُونَ

En Wij geven hun vruchten en vlees, van welke soort zij wensen

Siregar

یَتَنَازَعُونَ فٖیهَا كَاْسًا لَا لَغْوٌ فٖیهَا وَلَا تَاْثٖیمٌ

Zij reiken daar elkaar een beker aan waarbij geen onzin en geen zondigheid is

Siregar

وَیَطُوفُ عَلَیْهِمْ غِلْمَانٌ لَهُمْ كَاَنَّهُمْ لُؤْلُؤٌ𐻾 مَكْنُونٌ

En onder hen gaan jongelingen rond die lijken op welbewaarde parels

Siregar

وَاَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلٰى بَعْضٍ یَتَسَٓاءَلُونَ

Zij zullen zich tot elkaar wenden en elkaar vragen stellen

Siregar

قَالُٓوا اِنَّا كُنَّا قَبْلُ فٖٓی اَهْلِنَا مُشْفِقٖینَ

Zij zeggen: "Voorwaar, wij waren vroeger temidden van onze verwanten bevreesd (voor Allah)

Siregar

فَمَنَّ اللّٰهُ عَلَیْنَا وَوَقٰینَا عَذَابَ السَّمُومِ

Allah begenadigde ons toen en Hij behoedde ons voor de bestraffing van de verschroeiende wind

Siregar

اِنَّا كُنَّا مِنْ قَبْلُ نَدْعُوهُؕ اِنَّهُ هُوَ الْبَرُّ الرَّحٖیمُࣖ

Voorwaar, Wij plachten Hem vroeger aan te roepen: voorwaar, Hij is de Weldoener, de Meest Barmhartige

Siregar

فَذَكِّرْ فَمَٓا اَنْتَ بِنِعْمَتِ رَبِّكَ بِكَاهِنٍ وَلَا مَجْنُونٍؕ

Vermaan daarom, jij bent door de Genade van jouw Heer geen waarzegger en geen bezetene

Siregar

اَمْ یَقُولُونَ شَاعِرٌ نَتَرَبَّصُ بِهٖ رَیْبَ الْمَنُونِ

Of zeggen zij: "Een dichter, wij wachten af of het noodlot hem met ongeluk zal treffen

Siregar

قُلْ تَرَبَّصُوا فَاِنّٖی مَعَكُمْ مِنَ الْمُتَرَبِّصٖینَؕ

Zeg (O Moehammad): "Wacht maar af: voorwaar, Ik behoor met jullie tot de afwachtenden

Siregar

0:00
0:00