وَالنَّجْمِ اِذَا هَوٰىۙ
Bij de ster wanneer zij valt
Siregar
النَّجْمِ
De Ster · Mekkaans · 62 verzen · Juz 27, Pagina 526
وَالنَّجْمِ اِذَا هَوٰىۙ
Bij de ster wanneer zij valt
Siregar
مَا ضَلَّ صَاحِبُكُمْ وَمَا غَوٰىۚ
Jullie metgezel (de Profeet) dwaalt niet en hij is niet misleid
Siregar
وَمَا یَنْطِقُ عَنِ الْهَوٰىؕ
En hij spreekt niet uit begeerte
Siregar
اِنْ هُوَ اِلَّا وَحْیٌ یُوحٰىۙ
Het is niets anders dan een Openbaring die aan hem geopenbaard is
Siregar
عَلَّمَهُ شَدٖیدُ الْقُوٰىۙ
Een machtige in kracht (Djibrîl) onderwees hem
Siregar
ذُومِرَّةٍؕ فَاسْتَوٰىۙ
Een bezitter van wijsheid, en hij (Djibrîl) verscheen (in zijn aardse vorm)
Siregar
وَهُوَ بِالْاُفُقِ الْاَعْلٰىؕ
En hij bevond zich aan de hoogste horizon
Siregar
ثُمَّ دَنَا فَتَدَلّٰىۙ
Daarna naderde hij en daalde neer
Siregar
فَكَانَ قَابَ قَوْسَیْنِ اَوْ اَدْنٰىۚ
Zodat hij zich op een afstand van twee booglengten (van Moehammad) bevond, of dichterbij
Siregar
فَاَوْحٰٓى اِلٰى عَبْدِهٖ مَٓا اَوْحٰىؕ
Toen openbaarde Hij aan Zijn dienaar wat Hij openbaarde
Siregar
مَا كَذَبَ الْفُؤَادُ مَا رَاٰى
Het hart (van de Profeet) loog niet over wat het zag
Siregar
اَفَتُمَارُونَهُ عَلٰى مَا یَرٰى
Willen jullie (veelgodenaanbidders) dan redetwisten over wat hij zag
Siregar
وَلَقَدْ رَاٰهُ نَزْلَةً اُخْرٰىۙ
En voorzeker, hij (Moehammad) heeft hem (Djibrîl) bij een andere neerdaling gezien
Siregar
عِنْدَ سِدْرَةِ الْمُنْتَهٰى
Bij Sidratilmoentaha
Siregar
عِنْدَهَا جَنَّةُ الْمَاْوٰىؕ
Daarbij is de Tuin van de Verblijfplaats (het Paradijs)
Siregar
اِذْ یَغْشَى السِّدْرَةَ مَا یَغْشٰىۙ
Toen de Sidrah omhuld werd door wat hem omhulde
Siregar
مَا زَاغَ الْبَصَرُ وَمَا طَغٰى
Zijn blik week niet en dwaalde niet
Siregar
لَقَدْ رَاٰى مِنْ اٰیَاتِ رَبِّهِ الْكُبْرٰى
Voorzeker, hij heeft de grote Tekenen van zijn Heer gezien
Siregar
اَفَرَاَیْتُمُ اللَّاتَ وَالْعُزّٰىۙ
Zien jullie (veelgodenaanbidders) dan al Lâta en al 'Oezza
Siregar
وَمَنٰوةَ الثَّالِثَةَ الْاُخْرٰى
En al Manât, de andere, de derde
Siregar
اَلَكُمُ الذَّكَرُ وَلَهُ الْاُنْثٰى
Zijn voor jullie de mannen en voor Hem de vrouwen
Siregar
تِلْكَ اِذًا قِسْمَةٌ ضٖیزٰى
Dat zou een oneerlijke verdeling zijn
Siregar
اِنْ هِیَ اِلَّٓا اَسْمَٓاءٌ سَمَّیْتُمُوهَٓا اَنْتُمْ وَاٰبَٓاؤُ𐻾كُمْ مَٓا اَنْزَلَ اللّٰهُ بِهَا مِنْ سُلْطَانٍؕ اِنْ یَتَّبِعُونَ اِلَّا الظَّنَّ وَمَا تَهْوَى الْاَنْفُسُۚ وَلَقَدْ جَٓاءَهُمْ مِنْ رَبِّهِمُ الْهُدٰىؕ
Het zijn alleen maar namen die jullie hebben verzonnen, jullie en jullie vaderen. Allah heeft daarover geen bewijs neergezonden. Zij volgen niets dan vermoedens en wat de zielen begeren. Voorzeker, er is tot hen van hun Heer de Leiding gekomen
Siregar
اَمْ لِلْاِنْسَانِ مَا تَمَنّٰىؗ
Krijgt de mens (alles) wat hij verlangt
Siregar
فَلِلّٰهِ الْاٰخِرَةُ وَالْاُو𐻿لٰىࣖ
Aan Allah behoort het laatste (en het Hiernamaals) en het eerste (het wereldse leven)
Siregar
وَكَمْ مِنْ مَلَكٍ فِی السَّمٰوَاتِ لَا تُغْنٖی شَفَاعَتُهُمْ شَیْـًٔا اِلَّا مِنْ بَعْدِ اَنْ یَاْذَنَ اللّٰهُ لِمَنْ یَشَٓاءُ وَیَرْضٰى
En hoeveel Engelen zijn er niet in de hemelen wier voorspraak niets baat, behalve nadat Allah toestemming geeft voor wie Hij wil en voor wie Hem behaagt
Siregar